Ga verder naar de inhoud

KC09/23-0078

Non fondée Fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - CAMERABEELDEN

In voorliggende zaak besloot een gevangenisdirecteur op 1 mei 2023 dat klager bij wijze van voorlopige maatregel werd uitgesloten van deelname aan de gemeenschappelijke wandeling omdat op camerabeelden te zien was dat klager een schop gaf in de geslachtsdelen van een medegedetineerde. De klachtencommissie treedt de advocate van klager bij dat niet gemotiveerd wordt waarom er bijna een week na de feiten nog sprake was van een gevaar voor de orde of de veiligheid. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de beslissing van 1 mei 2023 waarbij aan klager een voorlopige maatregel werd opgelegd.

In het tuchtdossier wordt verkeerdelijk verwezen naar een RAD met de datum 25 april 2023 in plaats van datum 1 mei 2023. De verwijzing naar de datum van de feiten waarover het RAD ging in plaats van de datum waarop het RAD werd opgesteld maakt de tuchtbeslissing niet onwettig.

Klager heeft in deze zaak als onderzoeksverrichting aan de directeur gevraagd om de camerabeelden te bekijken, dit heeft de directeur dan gedaan. De camerabeelden werden door de directeur reeds bekeken voor de aanvang van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De camerabeelden werden meermaals aan klager en zijn advocaat getoond en besproken tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Het recht op tegenspraak is dan ook niet geschonden.

Ook de klachtencommissie kon op de camerabeelden duidelijk een doelgerichte schop vanwege klager aan het adres van een andere gedetineerde, ter hoogte van diens geslachtsdelen, waarnemen De camerabeelden sluiten uit dat deze beweging per ongeluk gebeurde. Uit de camerabeelden blijkt zeker ook niet dat de schop noodzakelijk was ter eigen verdediging of verdediging van een medegedetineerde. De directie kon zich dus terecht baseren op de camerabeelden. De tuchtinbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen is bewezen. Klager kreeg gedurende 30 dagen een verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling (met inbegrip van de reeds gedane voorlopige maatregel).

De directie heeft zich voor het bepalen van de strafmaat gebaseerd op alle stukken van het dossier en ook op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Daarnaast blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie rekening hield met het gegeven dat dagelijks bezoek voor klager belangrijk is.

De directie kon voor de tuchtrechtelijke inbreuken een maximumsanctie van 30 dagen ATV (verplicht verblijf op de toegewezen verblijfsruimte) opleggen. De directie heeft klager enkel uitgesloten van de gemeenschappelijke wandeling, waardoor de klachtencommissie de sanctie niet onredelijk acht.

Uit al het bovenstaande volgt dat de tuchtbeslissing zeer uitvoerig gemotiveerd werd en niet onwettig, noch onredelijk is.

De klacht is ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.