Ga verder naar de inhoud

KC09/23-0008

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op basis van het bezit van een verboden substantie kon besluiten dat de interne veiligheid door klager in gevaar werd gebracht en dat de voorlopige maatregel gerechtvaardigd was. De klacht is ongegrond.

Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen ATV nadat er tijdens een celcontrole verboden substantie werd aangetroffen. Bij de vondst stelde klager dat het om hasj ging en dat het van hem was. Klager ontkende tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dan weer dat de hasj van hem was en stelde dat het RAD foutief werd opgesteld (beambten die verkeerd hoorden wat hij zei). Hij weet echter niet te zeggen van wie de hasj - die in zijn kast lag - wél was. Zoals de directie in haar verweer correct stelt, beperkt de gedetineerde zich louter tot het ontkennen van de feiten, volgend op een eerste bekentenis.
De directie kon, met de gegevens die haar werden voorgelegd, de feiten als bewezen beschouwen en het bezit van de verboden substantie aan klager toeschrijven.

De tuchtbeslissing is niet onwettig. De opgelegde tuchtsanctie is zwaar maar gelet op de ernst van de tuchtinbreuk en het tuchtrechtelijk verleden van klager, niet onredelijk. De klacht is ongegrond.