Ga verder naar de inhoud

KC09/22-0127

Non fondée Fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - SCHORSING

De klachtencommissie leest in de motivering van de beslissing tot fouille op het lichaam geen individuele aanwijzingen. Er wordt niet verwezen naar omstandigheden of gedragingen van klager die er op wezen dat klager mogelijks in het bezit was van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk konden zijn. De motivering verwijst enkel naar het doel van de naaktfouille, en niet naar een mogelijke aanleiding voor de naaktfouille.
Bovendien blijkt uit de motivatie ook niet, mochten er al individuele aanwijzingen zijn, waarom een onderzoek aan de kledij dan niet volstond.
De klachtencommissie wijst er bovendien op dat de motiveringsplicht ook tot doel heeft de gedetineerde te doen begrijpen waarom de beslissing ten aanzien van hem werd genomen. Klager gaf tijdens de zitting aan dat de redenen voor de naaktfouille hem zelfs niet mondeling werden meegedeeld.
De beslissing is dan ook in strijd met de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing.

Hoewel de klachtencommissie meent dat de voorlopige maatregel omstandiger gemotiveerd had kunnen worden (bijvoorbeeld door het hernemen van de bewoordingen van het RAD, eerder dan er enkel naar te verwijzen), is zij van oordeel dat de directie op basis van het RAD, gelet op het bezit van verschillende verboden en verdachte substanties in een ruimte met verschillende andere gedetineerden, terecht oordeelde dat de interne veiligheid door klager in gevaar werd gebracht en dat een veiligheidsmaatregel gerechtvaardigd was.
Dat de drugs en medicatie werden aangetroffen op basis van een onwettige fouillering op het lichaam, doet geen afbreuk aan de feitelijke situatie dat klager wel degelijk in het bezit was van drugs. De onwettigheid van de beslissing tot fouille op het lichaam heeft met andere woorden niet de onwettigheid van de veiligheidsmaatregel tot gevolg.
De beslissing tot voorlopige maatregel is dan ook niet onwettig. De klacht is ongegrond. De beslissing blijft bestaan.

De tuchtbeslissing is niet enkel gebaseerd op de loutere vondst tijdens de fouillering op het lichaam en de bekentenis van klager, maar ook op de verdere toelichtingen van klager, de vaststelling dat hij niet alleen drugs bezit maar er ook in handelt, het feit dat hij recidiveert, …
De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing daarom niet onwettig. De klacht is ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Op 4 januari 2023 werd de tenuitvoerlegging van de tuchtbeslissing door de klachtencommissie geschorst, waardoor klager reeds 12 dagen van de sanctie heeft ondergaan. Het resterende gedeelte van de tuchtsanctie (nog 18 dagen) kan nu verder worden uitgevoerd.


Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/23-0007