Ga verder naar de inhoud

KC09/22-0109

Non fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT- VERBODEN SUBSTANTIES

Ook zonder over onomstotelijk bewijs over de aard van een verdachte substantie te beschikken, kan de gevangenisdirecteur overgaan tot het tuchtrechtelijk sanctioneren van een gedetineerde die in het bezit is van deze verdachte substantie, wanneer de gedetineerde zelf niet aannemelijk maakt dat het niet over drugs gaat.

Klager heeft op geen enkel moment ontkend dat hij in het bezit was van het bruine klompje. Klager heeft tot aan de hoorzitting van de klachtencommissie wel ontkend dat dit bruine klompje een verboden substantie betrof. Op het einde van de hoorzitting van de klachtencommissie heeft klager toegegeven dat het bruine klompje inderdaad een verboden substantie, namelijk een joint, betrof.

De klachtencommissie treedt de directie bij dat klager zichzelf verdacht heeft gemaakt door de verdachte substantie niet aan het personeel te willen afgeven alsook dat de verklaring dat dit voorwerp een magneetje betrof, ongeloofwaardig was.

De directie kon er dan ook van uit gaan dat het verdachte voorwerp een door of krachtens de wet verboden substantie was.

Het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties is een inbreuk van de eerste categorie, die kan bestraft worden met een sanctie van maximum 30 dagen ATV. Aan klager werd een sanctie van 15 dagen ATV, dus de helft van het wettelijk toegelaten maximum, opgelegd. De directie heeft wel degelijk rekening gehouden met de elementen die klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting naar voren bracht. Klager werd niet gesanctioneerd voor het bezit van de (opgespaarde) medicatie.

De sanctie is niet onredelijk.

De klacht is ongegrond.