Ga verder naar de inhoud

KC09/22-0091

Non fondée Fondée Irrecevable KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Mesure de sécurité particulière Pas de décision du directeur Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEINTERNEERDE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - ARBEID - ONTSLAG

De klachtencommissie is bevoegd om te oordelen over de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de beslissing tot het inschakelen van een interventieteam bij de plaatsing van een gedetineerde op een beveiligde cel. Deze beslissing omvat tevens de uitvoering van deze bevolen maatregel, aangezien dit feitelijk handelen betreft dat onmiskenbaar in verbinding staat met de beslissing van de directeur. Zodoende strekt de bevoegdheid van de klachtencommissie zich (ook) uit tot de beoordeling van de uitvoering van dergelijke tussenkomsten. De klacht is ontvankelijk.
De klachtencommissie is van oordeel dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat er ten aanzien van hemzelf geweld werd gebruikt op de wijze en met de gevolgen die hij in zijn klacht beschreef. Zo stelt klager te zijn geslagen en een gebroken schouder aan de plaatsing op de beveiligde cel te hebben overgehouden. Klager noch zijn advocate legt een medisch attest of enig stuk voor waaruit op geloofwaardige blijkt dat klager ten tijde van de plaatsing verwondingen heeft opgelopen. Klager maakt ook niet aannemelijk dat hem de nodige medische zorg zou zijn geweigerd of ontzegd. De klacht is om deze reden ongegrond.

Klager heeft in totaal zeven dagen in de beveiligde cel doorgebracht, waarvan twee dagen als ‘voorlopige maatregel’ ( in het kader van een tuchtprocedure) en de resterende vijf dagen onder een bijzondere veiligheidsmaatregel.
Het was juridisch zuiverder geweest indien de directie onmiddellijk was overgegaan tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Niettemin staat vast dat de directie ten aanzien van klager uiteindelijk niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. Bovendien heeft de directie ook de duurtijd van de voorlopige maatregel mee in acht genomen bij het bepalen van de effectieve duurtijd van de bijzondere veiligheidsmaatregel, rekening houdend met de in de Basiswet bepaalde maximale termijn van zeven dagen. Dat er gebruik werd gemaakt van het modelformulier uit bijlage 6 van Collectieve Brief nr. 124, doet niets aan bovenstaande vaststellingen af.
De beslissing tot het nemen van een voorlopige maatregel ten aanzien van klager is dan ook niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Deze klacht is ongegrond.

Het is onwettig om stelselmatig een fouillering op het lichaam op te leggen bij een plaatsing in een beveiligde cel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. De klacht tegen de beslissing tot fouille op het lichaam is gegrond.

De klacht tegen de bijzondere veiligheidsmaatregel is ongegrond. De directie kon wel degelijk aannemen dat er ernstige aanwijzingen bestonden van een gevaar voor de orde of de veiligheid, die bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager rechtvaardigden. Er bestaat geen enkele wettelijke noch enige bindende verdragsrechtelijke bepaling die in het recht voorziet voor een gedetineerde (ook niet voor een geïnterneerde) om te kunnen worden bijgestaan door een advocaat in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel.

De klachtencommissie stelt vast dat er met betrekking tot de afzetting van het werk van klager geen geïndividualiseerde beslissing van de directie ten aanzien van klager werd genomen. De samenwerking met klager werd door het interimkantoor stopgezet.