KC09/21-0062
Fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TERMIJN - MOTIVERING
De bestreden beslissing betreft een derde verlenging van een beslissing waarbij bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager worden opgelegd.
De klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen, worden ingediend. Uit het dossier en des te meer tijdens de zitting is gebleken dat een beslissing tot BVM ten aanzien van klager genomen werd, maar dat deze beslissing nooit in zijn geheel aan klager ter kennis werd gebracht. De beslissing werd enkel mondeling aan klager uitgelegd. De termijn van zeven dagen begint uiteraard pas te lopen van zodra de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing in al haar onderdelen. De klacht is dus ontvankelijk.
Bijzondere veiligheidsmaatregelen mogen niet langer duren dan zeven dagen en kunnen niet verlengd worden zonder een met reden omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. De maatregel kan maximaal drie maal verlengd worden. Ter verduidelijking van de directie wordt er in de Collectieve brief nr. 156 op gewezen dat een met reden omklede beslissing betekent dat opnieuw moet worden geëvalueerd en gemotiveerd of er ten aanzien van de gedetineerde nog steeds ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid bestaan.
De Klachtencommissie leest in de derde verlenging van de BVM niet waarom een derde verlenging noodzakelijk was en of, en zo ja, in welke mate er nog steeds sprake was van een ernstig gevaar voor de orde en veiligheid. Op geen enkel ogenblik wordt voor de lezer van de beslissing duidelijk welke handelingen of evoluties er voor zorgden dat de BVM opnieuw diende verlengd te worden. Dit maakt dat de BVM niet werd genomen met inachtname van de motiveringsplicht en niet voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in art. 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020.
De klacht is gegrond.
De bestreden beslissing betreft een derde verlenging van een beslissing waarbij bijzondere veiligheidsmaatregelen ten aanzien van klager worden opgelegd.
De klacht moet uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen, worden ingediend. Uit het dossier en des te meer tijdens de zitting is gebleken dat een beslissing tot BVM ten aanzien van klager genomen werd, maar dat deze beslissing nooit in zijn geheel aan klager ter kennis werd gebracht. De beslissing werd enkel mondeling aan klager uitgelegd. De termijn van zeven dagen begint uiteraard pas te lopen van zodra de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing in al haar onderdelen. De klacht is dus ontvankelijk.
Bijzondere veiligheidsmaatregelen mogen niet langer duren dan zeven dagen en kunnen niet verlengd worden zonder een met reden omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. De maatregel kan maximaal drie maal verlengd worden. Ter verduidelijking van de directie wordt er in de Collectieve brief nr. 156 op gewezen dat een met reden omklede beslissing betekent dat opnieuw moet worden geëvalueerd en gemotiveerd of er ten aanzien van de gedetineerde nog steeds ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid bestaan.
De Klachtencommissie leest in de derde verlenging van de BVM niet waarom een derde verlenging noodzakelijk was en of, en zo ja, in welke mate er nog steeds sprake was van een ernstig gevaar voor de orde en veiligheid. Op geen enkel ogenblik wordt voor de lezer van de beslissing duidelijk welke handelingen of evoluties er voor zorgden dat de BVM opnieuw diende verlengd te worden. Dit maakt dat de BVM niet werd genomen met inachtname van de motiveringsplicht en niet voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in art. 110 van de Basiswet en de Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020.
De klacht is gegrond.