Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0104

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Autre décision directeur
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - ARBEID

Klager dient formeel klacht in tegen een ‘tuchtbeslissing’. Uit het verweer van de directie en de toelichtingen tijdens de zittingen blijkt evenwel dat de klacht in werkelijkheid betrekking heeft op de beslissing van de lokale directie om de binnen het aan klager opgelegde IBVR eerder toegestane versoepeling, waarbij klager mocht werken, terug te draaien.

Uit het IBVR blijkt dat de lokale directie over een zekere marge beschikt bij de concrete uitvoering ervan, in het bijzonder wat betreft de deelname aan gemeenschappelijke activiteiten, waaronder ook arbeid valt. Het toestaan van versoepelingen binnen die marge, evenals het naderhand opnieuw beperken ervan, betreft dan ook een beslissing van de lokale directie.

De klacht is ontvankelijk.

Uit het verweer van de directie blijkt dat de beslissing om klager niet langer te laten werken, werd genomen naar aanleiding van zijn gedrag ten aanzien van medegedetineerden. De directie verwijst daarbij onder meer naar het nabootsen van dierengeluiden, het maken van seksueel getinte opmerkingen ten aanzien van een medegedetineerde en uitdagend en bedreigend gedrag, waarbij klager een medegedetineerde zou hebben uitgedaagd om tijdens de wandeling met hem te komen vechten.

Deze gedragingen blijken eveneens uit de observatiefiche van klager.

Gelet op deze omstandigheden kan de beslissing van de directie om de eerder toegestane versoepeling, waarbij klager mocht werken, terug te schroeven en hem niet langer te laten werken, niet als onredelijk worden beschouwd.

De klacht is bijgevolg ongegrond.