KC06/26-0099
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ONTSLAG
De klachtencommissie stelt vast dat uit het de motivering van de ordemaatregel duidelijk blijkt dat klager reeds in januari formeel gewaarschuwd werd door de directeur naar aanleiding van verschillende meldingen waaruit bleek dat klager regelmatig niet op tijd klaarstond op te gaan werken. Daarbij is er nergens sprake van een afspraak met de directie dat klager een kwartier op voorhand gewekt zou worden door beambten, zoals klager stelt in zijn klacht. De klachtencommissie is van oordeel dat het de verantwoordelijkheid is van klager om op tijd op te staan om tijdig klaar te zijn voor het werk, en dit geenszins kan worden doorgeschoven naar de beambten.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie de ordemaatregel van 08/04/2026 tot afzetting van werk correct heeft genomen en voldoende heeft gemotiveerd. Hieruit blijkt duidelijk dat klager niet beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten. Uit de meldingen op de observatiefiches en de rapporten blijkt de negatieve werkattitude van klager en verschillende incidenten. Klager werd bovendien reeds in januari formeel gewaarschuwd door de directeur en er werden nadien toch nog verschillende meldingen gemaakt op zijn observatiefiche. Deze beslissing is bijgevolg wettig. De beslissing tot afzetting van werk is daarnaast ook niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat uit het de motivering van de ordemaatregel duidelijk blijkt dat klager reeds in januari formeel gewaarschuwd werd door de directeur naar aanleiding van verschillende meldingen waaruit bleek dat klager regelmatig niet op tijd klaarstond op te gaan werken. Daarbij is er nergens sprake van een afspraak met de directie dat klager een kwartier op voorhand gewekt zou worden door beambten, zoals klager stelt in zijn klacht. De klachtencommissie is van oordeel dat het de verantwoordelijkheid is van klager om op tijd op te staan om tijdig klaar te zijn voor het werk, en dit geenszins kan worden doorgeschoven naar de beambten.
De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie de ordemaatregel van 08/04/2026 tot afzetting van werk correct heeft genomen en voldoende heeft gemotiveerd. Hieruit blijkt duidelijk dat klager niet beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten. Uit de meldingen op de observatiefiches en de rapporten blijkt de negatieve werkattitude van klager en verschillende incidenten. Klager werd bovendien reeds in januari formeel gewaarschuwd door de directeur en er werden nadien toch nog verschillende meldingen gemaakt op zijn observatiefiche. Deze beslissing is bijgevolg wettig. De beslissing tot afzetting van werk is daarnaast ook niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.