KC06/26-0095
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS
De klachtencommissie merkt vooreerst op dat klager niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor de tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, namelijk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. In de motivering van de tuchtbeslissing staat uitdrukkelijk dat gelet op het feit dat er geen bewijs is van een causaal verband tussen de gift van klager aan de medegedetineerde en de vondst van drugs bij deze medegedetineerde, klager enkel gesanctioneerd wordt voor de tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, namelijk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door een getuige van het personeel. Klager heeft geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en in zijn klacht lijkt klager zichzelf immers tegen te spreken. Zo verklaart hij enerzijds dat hij de betrokken medegedetineerde niet zou kennen, maar anderzijds stelt hij zelf dat hij tabak of blaadjes aan deze medegedetineerde heeft gegeven. Klager bekent daarmee zelf dat hij een tuchtinbreuk van de tweede categorie heeft begaan. Het ruilen, lenen of schenken tussen gedetineerden is immers verboden volgens het huishoudelijk reglement van de gevangenis. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde sanctie die werd gegeven en gelet op het feit dat klager reeds geruime tijd in de gevangenis zit en de regels bijgevolg goed kent.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klachtencommissie merkt vooreerst op dat klager niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor de tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, namelijk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. In de motivering van de tuchtbeslissing staat uitdrukkelijk dat gelet op het feit dat er geen bewijs is van een causaal verband tussen de gift van klager aan de medegedetineerde en de vondst van drugs bij deze medegedetineerde, klager enkel gesanctioneerd wordt voor de tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, namelijk “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en ook ondertekend werd door een getuige van het personeel. Klager heeft geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en in zijn klacht lijkt klager zichzelf immers tegen te spreken. Zo verklaart hij enerzijds dat hij de betrokken medegedetineerde niet zou kennen, maar anderzijds stelt hij zelf dat hij tabak of blaadjes aan deze medegedetineerde heeft gegeven. Klager bekent daarmee zelf dat hij een tuchtinbreuk van de tweede categorie heeft begaan. Het ruilen, lenen of schenken tussen gedetineerden is immers verboden volgens het huishoudelijk reglement van de gevangenis. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de milde sanctie die werd gegeven en gelet op het feit dat klager reeds geruime tijd in de gevangenis zit en de regels bijgevolg goed kent.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.