KC06/26-0093
Non fondée
Irrecevable
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
- Over de fouillering op het lichaam:
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Bij aankomst van klager na zijn uitgangsvergunning werd immers door de beambten aan het onthaal een verdachte geur van verdovende middelen vastgesteld. De klachtencommissie is van oordeel dat deze vastgestelde geur voldoende was als basis voor de beslissing tot fouillering op het lichaam, gelet op het feit dat hij net van buiten de gevangenis kwam. Daarnaast meent zij dat meerdere beambten wel degelijk het geurverschil tussen verdovende middelen enerzijds en wasmiddel of parfum anderzijds kunnen vaststellen. De klachtencommissie is tot slot van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
- Over het gedrag van de beambte:
De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager op rapport door de directeur gezien werd naar aanleiding van de melding over intimidatie, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
- Over de fouillering op het lichaam:
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Bij aankomst van klager na zijn uitgangsvergunning werd immers door de beambten aan het onthaal een verdachte geur van verdovende middelen vastgesteld. De klachtencommissie is van oordeel dat deze vastgestelde geur voldoende was als basis voor de beslissing tot fouillering op het lichaam, gelet op het feit dat hij net van buiten de gevangenis kwam. Daarnaast meent zij dat meerdere beambten wel degelijk het geurverschil tussen verdovende middelen enerzijds en wasmiddel of parfum anderzijds kunnen vaststellen. De klachtencommissie is tot slot van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
- Over het gedrag van de beambte:
De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager op rapport door de directeur gezien werd naar aanleiding van de melding over intimidatie, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.