KC06/26-0032
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VERBODEN SUBSTANTIES
De individuele aanwijzingen die de directie deden vermoeden dat klager in het bezit was van verboden substanties en/of voorwerpen, bestonden erin dat een medegedetineerde een voorwerp en/of substantie in stukken brak, dit opat en ook een stuk doorgaf aan klager. Vervolgens draaide klager zich weg van het toezicht en bracht hij zijn handen vooraan in zijn broek.
De klachtencommissie herhaalt het ingrijpende karakter van de fouillering op het lichaam. Die verplicht immers de gedetineerde om zich uit te kleden tot op het lichaam, waarna de lichaamsopeningen en lichaamsholten uitwendig worden geschouwd.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat klager in het bezit is van voorwerpen en/of substanties, die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie acht het daarom niet noodzakelijk om het beeldmateriaal te bekijken, zoals door klager werd verzocht.
De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen en/of substanties effectief te vinden: ‘De omgeving van het kruis kan niet worden gecontroleerd door een fouille aan de kledij. Om met zekerheid te kunnen zeggen dat de man geen andere verboden substanties/voorwerpen bij zich heeft is een fouille aan de kledij in deze dus niet voldoende.’.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De individuele aanwijzingen die de directie deden vermoeden dat klager in het bezit was van verboden substanties en/of voorwerpen, bestonden erin dat een medegedetineerde een voorwerp en/of substantie in stukken brak, dit opat en ook een stuk doorgaf aan klager. Vervolgens draaide klager zich weg van het toezicht en bracht hij zijn handen vooraan in zijn broek.
De klachtencommissie herhaalt het ingrijpende karakter van de fouillering op het lichaam. Die verplicht immers de gedetineerde om zich uit te kleden tot op het lichaam, waarna de lichaamsopeningen en lichaamsholten uitwendig worden geschouwd.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat klager in het bezit is van voorwerpen en/of substanties, die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie acht het daarom niet noodzakelijk om het beeldmateriaal te bekijken, zoals door klager werd verzocht.
De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen en/of substanties effectief te vinden: ‘De omgeving van het kruis kan niet worden gecontroleerd door een fouille aan de kledij. Om met zekerheid te kunnen zeggen dat de man geen andere verboden substanties/voorwerpen bij zich heeft is een fouille aan de kledij in deze dus niet voldoende.’.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.