Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0001

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - STRAFCEL

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarmee hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en 'het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie klager terecht schuldig acht aan de tuchtrechtelijke inbreuk ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. Uit het RAD blijkt immers dat klager de t-shirt van de penitentiaire beambte heeft vastgenomen en hem naar zich toe heeft getrokken, waarbij hij een hoofdbeweging maakte. Tijdens de tuchtzitting verklaarde klager dat hij de penitentiaire beambte mogelijk had geduwd of vastgepakt, maar dat hij zich dit niet meer exact herinnerde. In zijn klacht gaf klager evenwel zelf aan dat hij de penitentiaire beambte heeft geduwd.

Ook de tuchtrechtelijke inbreuk wegens ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ acht de klachtencommissie bewezen. Klager erkent in zijn klacht immers dat hij geen gevolg heeft gegeven aan de bevelen van de penitentiair beambte om de celdeur los te laten en achteruit te gaan.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 9 dagen strafcel. Bij samenloop van tuchtrechtelijke inbreuken worden deze bestraft als één inbreuk, die behoort tot dezelfde categorie als de zwaarste inbreuk. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 9 dagen strafcel. De tuchtsanctie was dus wettig.

De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat de opgelegde sanctie ook niet onredelijk of onbillijk is, aangezien het begrijpelijk en gerechtvaardigd is dat de directie een duidelijk signaal wenst te geven wanneer de fysieke integriteit van personeelsleden wordt aangetast.

Om deze redenen is de klacht ongegrond.