KC06/25-0359
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarmee hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee', ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en wegens ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’.
De klachtencommissie stelt op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeel niet betwist, maar aanvoert dat de feiten zwaarder zijn voorgesteld dan hoe zij zich in werkelijkheid hebben voorgedaan.
In eerste instantie stelt de klachtencommissie vast dat het RAD op duidelijke wijze werd opgesteld en een getuige vermeldt. Daarnaast is de klachtencommissie van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangebracht, waaruit kan worden afgeleid dat het rapport geen correcte weergave van de feiten bevat. Bij gebrek aan overtuigende elementen die de juistheid van het rapport in twijfel trekken, acht de klachtencommissie het dan ook niet onredelijk dat de directie zich baseert op een rapport van een beëdigd beambte.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarmee hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee', ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en wegens ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’.
De klachtencommissie stelt op basis van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeel niet betwist, maar aanvoert dat de feiten zwaarder zijn voorgesteld dan hoe zij zich in werkelijkheid hebben voorgedaan.
In eerste instantie stelt de klachtencommissie vast dat het RAD op duidelijke wijze werd opgesteld en een getuige vermeldt. Daarnaast is de klachtencommissie van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangebracht, waaruit kan worden afgeleid dat het rapport geen correcte weergave van de feiten bevat. Bij gebrek aan overtuigende elementen die de juistheid van het rapport in twijfel trekken, acht de klachtencommissie het dan ook niet onredelijk dat de directie zich baseert op een rapport van een beëdigd beambte.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.