Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0262

Irrecevable KC - Dendermonde Commission des plaintes Pas de décision du directeur Mesure d'ordre
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - ONTSLAG - GEEN BESLISSING DIRECTEUR

De eerste klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.

De tweede klacht gaat over de PSD en UV's. Dit betreft geen beslissing die werd genomen door of namens de directie.

De klachtencommissie stelt vast dat klager ten derde de vakken ‘ordemaatregel’ en ‘ontslagbeslissing’ vermeldt. Over de ontslagbeslissing stelt klager zelf dat hij niet ontslagen is. Uit het antwoord van de directie blijkt dat er geen ordemaatregel of ontslagbeslissing werd genomen ten aanzien van klager. Wel werd een bijzondere veiligheidsmaatregel op deze datum genomen (zie hieronder).

De vierde klacht gaat over de BVM en de verlengingen ervan. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verweer van de directie vast dat er sinds begin september 2025 meldingen gedaan werden door diverse diensten met betrekking tot wijzigingen in het gedrag van betrokkene. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, zowel ten aanzien van het personeel als ten aanzien van klager zelf. De klachtencommissie stelt vast dat de bijzondere veiligheidsmaatregel en de verlengingen ervan werden opgelegd voor de duurtijd van maximaal zeven dagen. De beslissing tot het opleggen van de BVM en de verlengingen ervan werden schriftelijk genomen en voldoende gemotiveerd. Klager werd elke week gezien en gehoord door de directeur met het oog op de beoordeling van een eventuele verlenging van de BVM. De verlengingen werden afzonderlijk gemotiveerd en de maatregel werd stapsgewijs versoepeld zodat klager opnieuw kon gaan werken. De klachtencommissie stelt vast dat klager doorheen de verlengingen van de BVM dreigende berichten heeft verstuurd naar de PSD. Wat betreft de beslissing tot verlening van de BVM blijkt dat klager zich tijdens het hoormoment door de directie kwaad maakte en meermaals agressief op de badkamerdeur geslagen heeft. Uit het verslag van het hoormoment blijkt eveneens dat klager niet helder zaken kan aanbrengen en warrig overkomt. Klager kwam tevens dreigend over. De klachtencommissie is om deze redenen dan ook van oordeel dat gelet op de psychische kwetsbaarheid van klager en de bovenstaande overwegingen, de beslissing tot het opleggen van de bijzondere veiligheidsmaatregel en de verlengingen ervan, wettig was.