Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0239

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in drie RAD's. Hierin worden de berichten die klager via Telio stuurde hernomen, waarin hij onder meer zegt “Hou hem aub uit mijn buurt bij sluiting, want ik ga hem in elkaar stampen”. In een ander bericht stelde hij “Steek een kaartje aan mijn deur ‘met 2 openen’ want als dit zo nog een week of twee moet verdergaan, gaat het onvermijdelijk gebeuren en ga ik één iemand in elkaar timmeren (…) En het zal géén gedetineerde of iemand van hulpverleningsdiensten zijn, maar een cipier (…).

Ter tuchtzitting erkende klager de feiten, maar benadrukte hij dat het sowieso bij woorden ging blijven en dat hij niemand zou aanraken. Hij legde de oorzaak bij de chef en het incident in verband met het smeerkaasje. Daarom vroeg klager ook om de camerabeelden te bekijken. Het bekijken van camerabeelden had in het voorliggend dossier geen meerwaarde. De feiten zoals weergegeven in het RAD stonden immers niet ter discussie, aangezien klager ze erkende. Foutief gedrag vanwege een beambte stelt klager bovendien niet vrij van de plicht om zich te onthouden van bedreigingen. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de camerabeelden niet bekeek.

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Hoewel de klachtencommissie deze kwalificatie op zich correct acht, oordeelt de klachtencommissie dat de motivering gebrekkig is omwille van het feit dat de directie naar het RAD verwijst, maar hier niets van overneemt. De klachtencommissie herhaalt nogmaals dat het niet de bedoeling is dat de motivering van een tuchtbeslissing enkel kan begrepen worden door ze samen te lezen met het RAD waarnaar verwezen wordt. Gelet op deze tekortkoming oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet.

De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien hetgeen klager wenst, namelijk het sanctioneren van de betrokken beambten, niet tot haar bevoegdheid behoort.