Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0167

Non fondée Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - UITVOERING - VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVOEGDHEID - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

Klager heeft in de eerste plaats een klacht ingediend tegen een naaktfouille. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de directie concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. De individuele aanwijzingen waaruit het vermoeden ontstaat, worden voldoende specifiek omschreven. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is ongegrond. Klager beklaagt zich vervolgens over de uitvoering van de naaktfouille. De klachtencommissie is bevoegd om te oordelen over de wijze van uitvoeren van een fouillering op het lichaam die tot stand kwam via een beslissing van de directeur (feitelijk handelen dat in verbinding staat met een beslissing van de directeur). Klager voert aan dat hij tijdens de naaktfouille van de beambten geen handdoek aangeboden heeft gekregen. De directie heeft in haar verweer niets over de uitvoering van de naaktfouille geschreven. Zij verduidelijkt ook niet of zij het personeel hieromtrent heeft bevraagd. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier voldoende redenen om aan te nemen dat de procedure t.a.v. klager niet correct gevolgd werd. De klacht is om deze redenen gegrond. Klager heeft niet verzocht om een tegemoetkoming.

Klager heeft vervolgens een klacht ingediend tegen de voorlopige maatregel. In de Collectieve Brief nr. 124 wordt bepaald dat, wanneer de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, ook andere personeelsleden deze beslissing kunnen nemen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur, die dan een beslissing neemt. Dergelijke delegatie is in de Basiswet enkel bij bijzondere veiligheidsmaatregelen en niet in het kader van tucht voorzien. Zodoende is het enkel de directeur, zonder uitzondering, die een voorlopige maatregel in het kader van een tuchtprocedure kan opleggen. Uit het document van de voorlopige maatregel blijkt dat het niet de directie was die de beslissing ondertekende. Los van de vraag of de directie de inschatting kon maken of in deze zaak überhaupt sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die een voorlopige maatregel ten aanzien van klager rechtvaardigde, blijkt uit de beschikbare stukken dat de voorlopige maatregel niet werd bevolen door de directie, maar door een ander personeelslid. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel en kent verder geen tegemoetkoming toe.

De klacht is tenslotte gericht tegen een tuchtbeslissing. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 30 dagen ATV voor de volgende inbreuken: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. Zij heeft haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden in het bewezen achten van de feiten en de toerekening hiervan aan klager. Volgens de klachtencommissie zijn er voldoende elementen die erop wijzen dat hij minstens bij het plegen van deze tuchtinbreuk betrokken was. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. Klager kreeg 30 dagen ATV opgelegd. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting over als streng, maar passend. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.