Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0156

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Autre décision directeur
ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING

Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie beslist heeft om klager te ontslaan als diender op sectie. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de Basiswet. De beslissingen die de directeur in dit kader neemt, moeten dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. Het toewijzen van arbeid is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie. De beslissing om iemand te ontslaan uit een functie moet wel aan een aantal algemene voorwaarden voldoen. Alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, moeten immers met redenen omkleed zijn. De redenen van de beslissing dienen de gedetineerde toe te laten te begrijpen waarom het werk niet langer als “passend werk” kan worden beschouwd.

Daarnaast kan de directie die een gedetineerde wil ontslaan, zich baseren op een dienstnota van de Directie Juridische Dienst bij DG EPI van 28.11.2024. In deze dienstnota is voorzien dat de directie een gedetineerde mag ontslaan wanneer de gedetineerde niet langer geschikt is voor de arbeidspost. Die maatregel wordt in alle gevallen schriftelijk genomen en gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd. De gedetineerde kan hierna onmiddellijk een nieuwe werkaanvraag doen die door de directeur beoordeeld wordt.

Uit de schriftelijke ontslagbeslissing blijkt dat de directie naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD) en verschillende meldingen in de observatiefiche van klager van oordeel was dat dit gedrag van klager niet strookte met de vertrouwensfunctie van diender op sectie. Uit het RAD blijkt dat klager zonder toestemming van een beambte extra stukken fruit uitdeelde aan gedetineerden. De dag voordien had hij extra desserts uitgedeeld. Nochtans had de beambte klager daarover aangesproken dat dit niet mag. Uit zijn observatiefiche blijkt dat klager meermaals zijn takenpakket te buiten ging zonder toestemming of net weigerde om taken als diender uit te voeren. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van de observatiefiche van klager en het RAD? dat kon beschouwd worden als de laatste druppel, rechtmatig tot het ontslag van klager heeft beslist. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht ongegrond is.