Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0139

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De klachtencommissie meent dat de directie slechts een materiële vergissing heeft gemaakt door te verwijzen naar een jas i.p.v. naar burgerkledij. De klachtencommissie spoort de directie wel aan om in het vervolg wat meer aandacht te besteden aan zulke zaken.

Drugs zijn een gekend probleem binnen de gevangenis en vormen een belangrijk gevaar voor de interne veiligheid binnen de gevangenis, zowel voor personeelsleden als voor gedetineerden. De directie is verantwoordelijk voor het behoud en beschermen van de veiligheid, zodat zij hiertegen adequaat moet kunnen optreden. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.

Zij heeft haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden in het bewezen achten van de feiten en de toerekening hiervan aan klager. Volgens de klachtencommissie zijn er voldoende elementen die erop wijzen dat hij minstens betrokken was bij het plegen van deze tuchtinbreuk. De klachtencommissie is van mening dat de directie de feiten kon omschrijven als de volgende inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.

De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV . Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting van 15 dagen ATV over als passend. De klacht is om deze redenen ongegrond.