KC06/25-0134
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de formele vaststellingen door de medische dienst. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 20 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond. De bestreden beslissing blijft bestaan.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD en de formele vaststellingen door de medische dienst. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 20 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond. De bestreden beslissing blijft bestaan.