Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0105

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - RECHT OP BIJSTAND

Klager stelt in zijn schriftelijke klacht dat hij niet werd bijgestaan door een advocaat. Het is de verantwoordelijkheid van de directie om te zorgen dat het recht op bijstand van een advocaat gewaarborgd wordt voor de gedetineerde. Eveneens is het de verantwoordelijkheid van de directie dat klager alle stukken van zijn dossiers en de mondelinge procedure begrijpt .
Het is dus aan de directie om zich te verzekeren van het feit dat een gedetineerde ondubbelzinnig afstand doet van dit fundamenteel bijstandsrecht.

Op de mededeling tot opstart tuchtprocedure werd genoteerd dat klager geen bijstand wenste van een advocaat maar deze mededeling werd niet ondertekend door klager. Uit het dossier blijkt ook dat klager het Nederlands niet machtig zou zijn waardoor er ook niet met zekerheid kan nagegaan worden dat klager expliciet afstand deed van dit recht. Daarnaast werd door de directie op de zitting verduidelijkt dat de gedetineerden van de wandeling binnen geroepen worden maar er niet meegedeeld wordt waarom. Aldus was klager niet op de hoogte van het feit dat hij hierdoor afstand deed van zijn recht op bijstand. Evenmin is het niet af te leiden uit het verslag van de tuchtzitting of er gevraagd is dat klager expliciet afstand deed van zijn bijstandsrecht.

Er is in het dossier dus geen schriftelijk bewijs te vinden van het feit dat klager expliciet akkoord was om de tuchtrechtelijke hoorzitting te laten doorgaan zonder advocaat.

Het recht op bijstand van een advocaat werd in deze tuchtprocedure geschonden. De tuchtbeslissing is derhalve op onrechtmatige wijze tot stand gekomen.

Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Zij kent aan klager een tegemoetkoming toe van één extra ongestoord bezoek.