KC06/25-0092
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES – ONGESTOORD BEZOEK
Klager schrijft dat hij 20 dagen ATV heeft gekregen op basis van vermoedens van drugsgeur. In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten voornamelijk gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD. Hierin werd een sterke cannabisgeur vastgesteld in de ruimte waar klager kort voordien 2 uur ongestoord bezoek had.
In dit dossier verwijst de directie eveneens naar het tuchtverleden van klager inzake druggerelateerde feiten, alsook naar recente uitspraken van klager tegen beambten. Hierin zou hij de spot hebben gedreven over het feit dat ze niets bij hem zouden vinden. Ten slotte verwijst de directie nog naar de materiële vaststelling van een lege condoomdoos in de bezoekersruimte, waarbij het condoom zelf spoorloos was.
De klachtencommissie wijst eveneens op het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hierin staat het volgende opgenomen: “Ik zat daar 2u in die kamer en heb geen enkele keer gerookt. Ik had wel mee, mijn vriendin was hier boos om. Ik heb de condoom doorgespoeld.”
Uit deze verklaring kan afgeleid worden dat klager wel degelijk in het bezit was van verboden substanties. Op de hoorzitting van de klachtencommissie ontkende klager stellig dat hij dit gezegd had. Klager gaf echter wel toe dat hij het verslag ontvangen heeft, waarop de klachtencommissie op klager zijn verantwoordelijkheid wees om eventuele onregelmatigheden in het verslag op te merken. Aangezien dit niet gebeurd is, heeft de klachtencommissie geen redenen om aan te nemen dat het verslag foutief opgesteld werd en dat de verklaring incorrect is.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de ten laste gelegde feiten bewezen achtte en aan klager toerekende. Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De bestreden beslissing blijft bestaan.
Klager schrijft dat hij 20 dagen ATV heeft gekregen op basis van vermoedens van drugsgeur. In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten voornamelijk gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD. Hierin werd een sterke cannabisgeur vastgesteld in de ruimte waar klager kort voordien 2 uur ongestoord bezoek had.
In dit dossier verwijst de directie eveneens naar het tuchtverleden van klager inzake druggerelateerde feiten, alsook naar recente uitspraken van klager tegen beambten. Hierin zou hij de spot hebben gedreven over het feit dat ze niets bij hem zouden vinden. Ten slotte verwijst de directie nog naar de materiële vaststelling van een lege condoomdoos in de bezoekersruimte, waarbij het condoom zelf spoorloos was.
De klachtencommissie wijst eveneens op het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Hierin staat het volgende opgenomen: “Ik zat daar 2u in die kamer en heb geen enkele keer gerookt. Ik had wel mee, mijn vriendin was hier boos om. Ik heb de condoom doorgespoeld.”
Uit deze verklaring kan afgeleid worden dat klager wel degelijk in het bezit was van verboden substanties. Op de hoorzitting van de klachtencommissie ontkende klager stellig dat hij dit gezegd had. Klager gaf echter wel toe dat hij het verslag ontvangen heeft, waarop de klachtencommissie op klager zijn verantwoordelijkheid wees om eventuele onregelmatigheden in het verslag op te merken. Aangezien dit niet gebeurd is, heeft de klachtencommissie geen redenen om aan te nemen dat het verslag foutief opgesteld werd en dat de verklaring incorrect is.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de ten laste gelegde feiten bewezen achtte en aan klager toerekende. Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De bestreden beslissing blijft bestaan.