Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0082

Fondée Compensation KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - BEZOEK - TUCHT - CAMERABEELDEN - MOTIVERING

De klachten betreffen de beslissing tot fouille op het lichaam, (de uitvoering van) de voorlopige maatregel en de tuchtbeslissing.
Voor de vraag of de beslissing tot fouillering op het lichaam voldoende gemotiveerd was, werden in een communicatie van DG EPI van 19 april 2024 twee aspecten benadrukt die van belang zijn: de concretisering van de individuele aanwijzingen en de motivering dat een onderzoek aan de kledij niet volstaat. In zijn beslissing spreekt de directie niet over aanwijzingen dat klager verboden zaken op zak zou hebben. De fouille werd uitgevoerd om de veiligheid van het personeel te waarborgen (en om volledig uit te sluiten dat hij verboden voorwerpen op zak had), aangezien hij eerder fysieke agressie ten aanzien van personeel zou hebben vertoond. Aangezien men echter specifiek een vermoeden van bezit van verboden voorwerpen dient te motiveren, en bijkomend moet motiveren waarom een fouille aan de kledij niet volstond, acht de klachtencommissie de motivering in kwestie als ontoereikend. Deze klacht is bijgevolg gegrond.

Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor “de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Klager werd in een beveiligde cel geplaatst. De klachtencommissie meent dat de directie voldoende gemotiveerd heeft hoe het gedrag van klager een aantasting van de interne veiligheid inhield. Er was sprake van verbale agressie die escaleerde naar fysieke agressie ten aanzien van personeel, hetgeen een immobilisatie vereiste. De beslissing werd aldus voldoende gemotiveerd.
Volgens de beslissing zou klager tijdens de duur van de maatregel nog recht hebben op glasbezoek, terwijl hij in zijn klacht aanmerkt dat dit niet mogelijk was. De directie erkende tijdens de hoorzitting dat dit inderdaad niet toegestaan werd op dat moment en dat zij andere interne richtlijnen hanteerden. De beslissing werd niet correct uitgevoerd en de klacht is dus gegrond. De klachtencommissie kent één extra familiaal bezoek toe.

Klager werd tenslotte tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor zes verschillende feiten en kreeg hiervoor een sanctie van 21 dagen ATV opgelegd. Klager accepteert de opgelegde sanctie. Wat betreft klager zijn herhaaldelijke verzoeken om de camerabeelden te bekijken, benadrukt de klachtencommissie dat de directie de beslissing volledig gemotiveerd heeft op basis van de vaststellingen zoals beschreven in het RAD. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie heeft voldaan aan haar zorgvuldigheidsplicht. Klager ontkende dat hij fysieke agressie gebruikt heeft of dat hij hiermee gedreigd heeft. De klachtencommissie is echter van oordeel dat klager onvoldoende elementen opwerpt, die twijfel doen ontstaan over het RAD. De klachtencommissie acht de weigering van de directie om in te gaan op het verzoek van klager aldus niet onzorgvuldig. De klachtencommissie is wel van oordeel dat deze keuze in de tuchtbeslissing nog iets duidelijker gemotiveerd kon worden.
Ten slotte wijst de klachtencommissie nog op het gegeven dat er in het begin van de tuchtbeslissing twee tuchtinbreuken aangekruist worden die verder in de beslissing niet meer besproken en gemotiveerd worden. Aangezien het bewijs van deze feiten niet uit de vaststellingen afgeleid kan worden, en gezien deze tuchtinbreuken evenmin voorkomen in de motivering van de beslissing, draagt de klachtencommissie de directie op om deze inbreuken te schrappen uit het tuchtregister van klager. De klacht tegen de tuchtbeslissing is aldus gedeeltelijk gegrond.