KC06/24-0262
Fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG
Klager ontkent dat de aangetroffen drugs van hem zijn. De klachtencommissie stelt vast dat de drugs aangetroffen werden in de cel van klager. Dat de drugs niet oorspronkelijk van hem waren, doet geen afbreuk aan het feit dat klager in het bezit van de verboden substantie werd aangetroffen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk bewezen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuk 30 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie in redelijk en in verhouding tot de tuchtinbreuk.
De klacht is niet gegrond.
Uit het antwoord van de directie blijkt dat de afzetting van werk automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing van 18/10/2024.
Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk.
Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager niet op de hoogte werd gesteld van de beslissing tot afzetting van werk of de motieven daarvan. De directie stelt dat klager hiervan op de hoogte was gezien klager de engagementsverklaring ondertekende. Echter is deze werkwijze in strijd met wat voorzien is in de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015.
De klachtencommissie verklaart de klacht over het ontslag gegrond.
Klager ontkent dat de aangetroffen drugs van hem zijn. De klachtencommissie stelt vast dat de drugs aangetroffen werden in de cel van klager. Dat de drugs niet oorspronkelijk van hem waren, doet geen afbreuk aan het feit dat klager in het bezit van de verboden substantie werd aangetroffen. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk bewezen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuk 30 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie in redelijk en in verhouding tot de tuchtinbreuk.
De klacht is niet gegrond.
Uit het antwoord van de directie blijkt dat de afzetting van werk automatisch voortvloeit uit de duur van de tuchtsanctie. De klachtencommissie leidt hieruit af dat hoewel er geen schriftelijke beslissing over de afzetting van werk werd genomen, deze beslissing voortvloeit uit de tuchtbeslissing van 18/10/2024.
Door de beslissing tot afzetting meteen te nemen, doet deze zich voor als een tweede bijkomende (verdoken) tuchtsanctie. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie het cumulverbod uit artikel 143, §3 van de Basiswet omzeilt, door klager meteen af te zetten van zijn werk.
Bovendien dient elke beslissing die wordt genomen in het kader van de Basiswet, gemotiveerd te worden. De motiveringsplicht is bovendien uitdrukkelijk opgenomen in artikel 8 van de Basiswet en beoogt de gedetineerde te informeren over de motieven die ten grondslag liggen aan de beslissing. Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager niet op de hoogte werd gesteld van de beslissing tot afzetting van werk of de motieven daarvan. De directie stelt dat klager hiervan op de hoogte was gezien klager de engagementsverklaring ondertekende. Echter is deze werkwijze in strijd met wat voorzien is in de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015.
De klachtencommissie verklaart de klacht over het ontslag gegrond.