Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0254

Non fondée Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT

De klachten betreffen een voorlopige maatregel van 18/10/2024 en een tuchtbeslissing van 21/10/2024 van de directie van de gevangenis.

Wat betreft de klacht m.b.t. de voorlopige maatregel:
De voorlopige maatregel werd opgelegd naar aanleiding van de feiten die beschreven worden in het rapport aan de directeur (RAD) van 18/10/2024 (feiten om 15.10 uur). De klachtencommissie stelt vast dat de handtekening van de directeur ontbreekt op de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel, maar wel een “operationele leidinggevende” het document heeft ondertekend.

Uit het document van de voorlopige maatregel blijkt dat het niet de directeur was die de beslissing ondertekende. De vermelding “i.o.” werd met de hand toegevoegd naast de handtekening van het personeelslid. Los van de vraag of de directie de inschatting kon maken of er in deze zaak überhaupt sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid die een voorlopige maatregel ten aanzien van klager rechtvaardigde, blijkt uit de beschikbare stukken dat de voorlopige maatregel niet werd bevolen door een directeur, maar door een ander personeelslid. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht m.b.t. de voorlopige maatregel gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.

Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 18/10/2024 (cfr. supra). Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 20 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD. Het blijkt uit het RAD dat klager opzettelijk de fysieke integriteit van een medegedetineerde heeft aangetast. Een medegedetineerde slaan kan gekwalificeerd worden als
voormelde inbreuk van de eerste categorie. De klachtencommissie meent dat het feit dat klager verwijst naar het Telio-bericht waarin klager
aangeeft dat de medegedetineerde hem zal slaan op de wandeling en dat ze de medegedetineerde op afstand moeten houden van hem, geen afbreuk doet aan de bevindingen van het RAD.

Het kan de feiten hoogstens kaderen. Het is inderdaad betreurenswaardig dat klager en de medegedetineerde niet uit elkaars buurt werden gehouden, maar het doet de feiten niet teniet. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie en de tuchtbeslissing correct en afdoende
gemotiveerd. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 20 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 21/10/2024 niet gegrond.