KC06/24-0243
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Autre décision directeur
SCHADE - ARBEID - REKENINGEN
De basiswet voorziet dat de directie kan beslissen om 40% van de inkomsten uit penitentiaire arbeid in te houden om de schade veroorzaakt door de gedetineerde op basis van nalatigheid of kwaadwilligheid te vergoeden.
Uit het dossier blijkt dat klager zijn intrek nam op de cel op 05/07/2024. Klager erkent dat er drie weken na zijn intrek op de cel een intredende celstaat is opgemaakt, zijnde op 25/07/2024. Deze werd gebruikt als basis voor de celcontrole op 04/10/2024.
Klager argumenteert dat de beschadigingen er al waren voor zijn intrek in de cel en hij dit kan bewijzen door een document met betrekking tot de celcontrole op 25/07/2024 waarop vermeld staat dat klager zijn celstaat dient te ondertekenen. De klachtencommissie ziet niet in hoe dit document als bewijs kan dienen dat de schade niet werd aangericht na klager zijn intrek. Het was aan klager om de celstaat opgemaakt n.a.v. de celcontrole op 25/07/2024 te controleren en deze pas te ondertekenen indien hij geen bijkomende opmerkingen had. Klager geeft dit ook toe dat hij deze zonder goed te controleren ondertekend heeft. Door akkoord te gaan met de celstaat die toen is opgemaakt, heeft klager de verantwoordelijkheid voor schade die nog niet opgemerkt was op zich genomen.
Bovendien was klager op de hoogte van de werking van de celstaat. Zo blijkt uit het dossier dat klager eerder al op het rapport kwam voor schade op cel waarvan klager stelde niet aansprakelijk te zijn.
Klager gaf aan de directie aan niet te zullen betalen waardoor de directie besloot om 40% van klager zijn loon in te houden.
De klachtencommissie acht deze beslissing dan ook redelijk en conform de Basiswet.
De klacht is niet gegrond.
De basiswet voorziet dat de directie kan beslissen om 40% van de inkomsten uit penitentiaire arbeid in te houden om de schade veroorzaakt door de gedetineerde op basis van nalatigheid of kwaadwilligheid te vergoeden.
Uit het dossier blijkt dat klager zijn intrek nam op de cel op 05/07/2024. Klager erkent dat er drie weken na zijn intrek op de cel een intredende celstaat is opgemaakt, zijnde op 25/07/2024. Deze werd gebruikt als basis voor de celcontrole op 04/10/2024.
Klager argumenteert dat de beschadigingen er al waren voor zijn intrek in de cel en hij dit kan bewijzen door een document met betrekking tot de celcontrole op 25/07/2024 waarop vermeld staat dat klager zijn celstaat dient te ondertekenen. De klachtencommissie ziet niet in hoe dit document als bewijs kan dienen dat de schade niet werd aangericht na klager zijn intrek. Het was aan klager om de celstaat opgemaakt n.a.v. de celcontrole op 25/07/2024 te controleren en deze pas te ondertekenen indien hij geen bijkomende opmerkingen had. Klager geeft dit ook toe dat hij deze zonder goed te controleren ondertekend heeft. Door akkoord te gaan met de celstaat die toen is opgemaakt, heeft klager de verantwoordelijkheid voor schade die nog niet opgemerkt was op zich genomen.
Bovendien was klager op de hoogte van de werking van de celstaat. Zo blijkt uit het dossier dat klager eerder al op het rapport kwam voor schade op cel waarvan klager stelde niet aansprakelijk te zijn.
Klager gaf aan de directie aan niet te zullen betalen waardoor de directie besloot om 40% van klager zijn loon in te houden.
De klachtencommissie acht deze beslissing dan ook redelijk en conform de Basiswet.
De klacht is niet gegrond.