Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0145

Non fondée Fondée Compensation Irrecevable KC - Dendermonde Commission des plaintes Transfèrement Disciplinaire Mesure d'ordre Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - ORDEMAATREGEL - CELCONTROLE - TUCHT - TRANSFER - GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEDGHEID - TEGEMOETKOMING

Eerste klacht:
Klagers eerste klacht is vooreerst kennelijk onontvankelijk in zoverre hij zijn overplaatsing viseert.
Wat betreft de tuchtsanctie erkent klager de feiten, maar vraagt hij enkel een lichtere straftoemeting aangezien het zijn eerste tucht betreft.
Ter zitting verduidelijkt klager dat hij niet langer beklag doet over de fouillering aan het lichaam die aan de tuchtsanctie voorafging.

Volgens de directie is het een algemene regel dat in het kader van zero tolerantie voor drugs steeds meteen de maximum tuchtsanctie van de tweede categorie wordt opgelegd, ongeacht het tuchtregister. De klachtencommissie kan niet akkoord gaan met dergelijk automatisme, omdat daaruit blijkt dat geen rekening werd gehouden met het blanco tuchtregister van klager. Op die manier is er geen sprake van een individuele straftoemeting, waarbij onder meer moet worden rekening gehouden met de (verzachtende) omstandigheden waarin de inbreuk plaatsvond
(artikel 143 van de basiswet). De klacht over de tuchtbeslissing is dan ook is ontvankelijk en gegrond, in de mate de sanctie
buitenproportioneel is. De klachtencommissie is van oordeel dat een ATV van zeven dagen in de gegeven omstandigheden redelijker was geweest. Als compensatie kent de klachtencommissie 180 extra belminuten toe, op te nemen en toe te kennen binnen een termijn van 15 dagen.


Tweede klacht:
Uit de motieven van de bestreden fouillering op het lichaam blijkt duidelijk waarom het onderzoek aan de kledij niet volstond .
Hij verstopte iets ‘in zijn onderbroek’ en er is enkele dagen voordien (cf. eerste klacht) een verboden substantie aangetroffen ter hoogte van zijn geslachtsdelen. Uit de bestreden beslissing blijken duidelijk individuele aanwijzingen overeenkomstig artikel 118 van de basiswet, zodat de tweede klacht ongegrond is.

Derde klacht:
Klager laat na de bewijzen van de vele celcontroles bij te brengen. De directie wijst er daarentegen op de cellen die gecontroleerd moeten worden aangeduid worden door middel van een computersysteem en dat zij vaststelt dat klager deze klacht heeft ingediend op 21/06/2024, terwijl dat zij de celcontroles heeft opgevraagd sinds 5 juni en moet vaststellen dat er in die periode slechts één controle heeft plaatsgevonden nl. op zaterdag 22/06.
Er is geen reden om te twijfelen aan het verweer van de directie, zodat de derde klacht als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.