TUCHT - ATV - GEGROND - SUBSIDIARITEIT
Op 4 juni 2024 bedreigde en beledigde klager een beambte omdat hij niet snel genoeg kon gaan wandelen. Op 5 juni 2024 kreeg hij hiervoor zeven dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) en vijf dagen voorwaardelijk wegens aantasting van de psychische integriteit en belediging van personeel. Dit is de bestreden beslissing. Klager heeft geen tuchtrechtelijke voorgaanden.
De klachtencommissie vindt de tuchtbeslissing buitenproportioneel, ondanks dat een deel voorwaardelijk werd opgelegd. De observatiefiche sprak slechts van een "woordenwisseling", wat de beambte zelf relativeerde. Het rapport was niet door een getuige bekrachtigd, en klager had eerdere problemen met het personeelslid gemeld. De klachtencommissie oordeelt dat de directeur het subsidiariteitsbeginsel volgens artikel 122 lid 2 van de basiswet, dat stelt dat tuchtprocedures alleen gebruikt mogen worden als geen andere middelen beschikbaar zijn, heeft geschonden. De klacht is dus gegrond. Klager vindt de vernietiging van de tuchtsanctie voldoende, inclusief het voorwaardelijke deel. De commissie besluit tot vernietiging van de tuchtsanctie en verwijdering uit het tuchtregister.
Op 4 juni 2024 bedreigde en beledigde klager een beambte omdat hij niet snel genoeg kon gaan wandelen. Op 5 juni 2024 kreeg hij hiervoor zeven dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV) en vijf dagen voorwaardelijk wegens aantasting van de psychische integriteit en belediging van personeel. Dit is de bestreden beslissing. Klager heeft geen tuchtrechtelijke voorgaanden.
De klachtencommissie vindt de tuchtbeslissing buitenproportioneel, ondanks dat een deel voorwaardelijk werd opgelegd. De observatiefiche sprak slechts van een "woordenwisseling", wat de beambte zelf relativeerde. Het rapport was niet door een getuige bekrachtigd, en klager had eerdere problemen met het personeelslid gemeld. De klachtencommissie oordeelt dat de directeur het subsidiariteitsbeginsel volgens artikel 122 lid 2 van de basiswet, dat stelt dat tuchtprocedures alleen gebruikt mogen worden als geen andere middelen beschikbaar zijn, heeft geschonden. De klacht is dus gegrond. Klager vindt de vernietiging van de tuchtsanctie voldoende, inclusief het voorwaardelijke deel. De commissie besluit tot vernietiging van de tuchtsanctie en verwijdering uit het tuchtregister.