KC06/24-0118
Non fondée
Irrecevable
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
TUCHT - TERMIJN
De klachten gaan over een ordemaatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over de 'andere beslissing': de klacht is gedateerd op 14/05/2024 en is gericht tegen een “tuchtsanctie genomen t.a.v. de bezoekster van klager” van 28/03/2024. De klacht werd dus niet ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop klager kennis kreeg van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Aldus is de klacht laattijdig.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 20 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het rapport aan de directeur werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie geeft ook voldoende elementen aan in de motivering van haar beslissing. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. Gelet op de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van de klager komt de straftoemeting van 20 dagen strafcel over als passend. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klachten gaan over een ordemaatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over de 'andere beslissing': de klacht is gedateerd op 14/05/2024 en is gericht tegen een “tuchtsanctie genomen t.a.v. de bezoekster van klager” van 28/03/2024. De klacht werd dus niet ingediend uiterlijk op de zevende dag na die waarop klager kennis kreeg van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Aldus is de klacht laattijdig.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 20 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het rapport aan de directeur werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie geeft ook voldoende elementen aan in de motivering van haar beslissing. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. Gelet op de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van de klager komt de straftoemeting van 20 dagen strafcel over als passend. De klacht is bijgevolg ongegrond.