Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0094

Fondée Compensation KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - STRAFCEL - TUCHT - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft de volgende beslissingen van de directie van de gevangenis van Dendermonde:
- de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel;
- de tuchtbesling.

Wat betreft de voorlopige maatregel:
De voorlopige maatregel van opsluiting in een beveiligde cel kan enkel worden opgelegd indien er sprake is van een ‘ernstige’ én ‘opzettelijke’ aantasting van de ‘interne veiligheid’.
Uit het dossier blijkt dat de aan klager opgelegde voorlopige maatregelen werden genomen naar aanleiding van een rapport aan de directeur (RAD).
Hoewel de klachtencommissie kan begrijpen dat door een gevecht de interne veiligheid wordt aangetast, blijkt voor de klachtencommissie uit het RAD op geen enkele manier of er al dan niet
sprake is van “opzet” van klager. Noch uit het RAD, noch uit de voorlopige maatregel is het duidelijk wat klagers rol was in de feiten. Het enige wat uit het RAD valt af te leiden, is dat klager een opmerking gaf die de medegedetineerde niet zinde. Voor het overige blijkt duidelijk dat de medegedetineerde naar klager uithaalde en klager zelfs achteruit stapte. Voor de klachtencommissie werd niet aangetoond dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk aantastte.
De beslissing voldoet daarmee niet aan de voorwaarden die door de regelgeving worden bepaald.
De klacht met betrekking tot de voorlopige maatregel is aldus gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden voorlopige maatregel.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
De aangevochten beslissing betreft in deze zaak een tuchtbeslissing. De voorwaarden waaronder de directeur zo’n beslissingen kan nemen, zijn wettelijk vastgelegd.
Klager kreeg in voorliggende zaak 8 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’;
- ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’;
- ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’.

De klachtencommissie meent dat de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport. Uit het rapport is het niet duidelijk wat de rol van klager was. De
directie kon de feiten, die niet duidelijk en uitdrukkelijk in het rapport waren beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De klachtencommissie meent bovendien dat uit de camerabeelden
niet blijkt dat klager dergelijk uitlokkend gedrag vertoonde, dat dit dient te worden weerhouden als tuchtinbreuk.
De klachtencommissie besluit dat de directie, met de gegevens die haar voorlagen, niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn de tuchtinbreuken, nl. ‘de opzettelijke
aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’, ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ en ‘het veroorzaken van
lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’.
De klacht met betrekking tot de tuchtbeslissing is dus gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt aan de directie op om deze te verwijderen uit het tuchtregister van klager.

De directie stelt ter zitting dat klager opnieuw bovenaan de werkerslijst zal worden geplaatst. De klachtencommissie meent dat dit een voldoende tegemoetkoming uitmaakt. Zij draagt de
directie op om klager bovenaan de werkerslijst te plaatsen, voor zover dit nog niet gebeurd is.