Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0073

Non fondée Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL

De klachten betreffen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Over de voorlopige maatregel: in de Collectieve Brief nr. 124 van 6 september 2013 (p. 14) wordt bepaald dat, wanneer de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, ook andere personeelsleden deze beslissing kunnen nemen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur, die dan een beslissing bevestigt. Uit een beslissing van de beroepscommissie blijkt echter dat een dergelijke delegatie aan ander personeel in de Basiswet enkel bij bijzondere veiligheidsmaatregelen en niet in het kader van tucht wordt voorzien. Door in een dergelijke delegatie te voorzien, gaat de Collectieve Brief nr. 124 verder dan wat op heden in de Basiswet is bepaald. Zodoende is het enkel de directeur, zonder uitzondering, die een voorlopige maatregel in het kader van een tuchtprocedure kan opleggen. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet.

Over de tuchtbeslissing: op basis van het rapport aan de directeur van 20/03/2024 werd de tuchtprocedure voor de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” opgestart. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke rapport aan de directie. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk. De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werd ten laste gelegd, bewezen waren. De kwalificatie is een tuchtvergrijp van de eerste categorie, dat kan worden gestraft met afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van dertig dagen. Bijgevolg komt de straftoemeting van 21 dagen ATV over als niet onredelijk zwaar.