KC06/24-0009
Non fondée
KC - Dendermonde
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - MOTIVERING
De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis waarbij klager ontslagen is van zijn werk.
Uit de motivering van de beslissing van de directie blijkt dat de verantwoordelijke van de keuken zich bedreigd en niet meer veilig voelt. Dat geeft hij zelf ook aan in een rapport aan de directeur dat stelt : “Voor de veiligheid van mijn collega’s en mijzelf wens ik dat deze persoon niet meer te werk gesteld word (sic) in de grootkeuken.”
De alleensprekend klachtenrechter is van oordeel dat de motivering van de ontslagbeslissing voldoende weergeeft waarom klager niet langer geschikt is voor deze functie. Temeer wanneer het
om een vertrouwensfunctie gaat, zoals het werk in de keuken, is het belangrijk dat er een wederzijds vertrouwen bestaat tussen directie, personeel en de gedetineerde. Wanneer de veiligheid van
anderen in het gedrang komt door de houding van de gedetineerden, kan de directie dan ook besluiten dat klager niet meer geschikt is om deze vertrouwensfunctie uit te oefenen.
Klager geeft daarnaast aan dat hij het niet aanvaardbaar vindt dat de verantwoordelijke zelf het rapport heeft geschreven. De alleensprekend klachtenrechter stelt echter vast dat er verschillende
rapporten zijn, waarin hetzelfde beschreven staat en dat er bovendien ook getuigen waren. De alleensprekend klachtenrechter is van oordeel dat deze rapporten dus wel degelijk een voldoende
objectieve basis konden zijn voor de beslissing van de directie. Aangezien de alleensprekend klachtenrechter meent dat de beslissing voldoende gemotiveerd is en dat de directie redelijkerwijs kon oordelen dat klager niet langer geschikt is voor de uitoefening van de vertrouwensfunctie in de keuken, is de klacht ongegrond.
De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis waarbij klager ontslagen is van zijn werk.
Uit de motivering van de beslissing van de directie blijkt dat de verantwoordelijke van de keuken zich bedreigd en niet meer veilig voelt. Dat geeft hij zelf ook aan in een rapport aan de directeur dat stelt : “Voor de veiligheid van mijn collega’s en mijzelf wens ik dat deze persoon niet meer te werk gesteld word (sic) in de grootkeuken.”
De alleensprekend klachtenrechter is van oordeel dat de motivering van de ontslagbeslissing voldoende weergeeft waarom klager niet langer geschikt is voor deze functie. Temeer wanneer het
om een vertrouwensfunctie gaat, zoals het werk in de keuken, is het belangrijk dat er een wederzijds vertrouwen bestaat tussen directie, personeel en de gedetineerde. Wanneer de veiligheid van
anderen in het gedrang komt door de houding van de gedetineerden, kan de directie dan ook besluiten dat klager niet meer geschikt is om deze vertrouwensfunctie uit te oefenen.
Klager geeft daarnaast aan dat hij het niet aanvaardbaar vindt dat de verantwoordelijke zelf het rapport heeft geschreven. De alleensprekend klachtenrechter stelt echter vast dat er verschillende
rapporten zijn, waarin hetzelfde beschreven staat en dat er bovendien ook getuigen waren. De alleensprekend klachtenrechter is van oordeel dat deze rapporten dus wel degelijk een voldoende
objectieve basis konden zijn voor de beslissing van de directie. Aangezien de alleensprekend klachtenrechter meent dat de beslissing voldoende gemotiveerd is en dat de directie redelijkerwijs kon oordelen dat klager niet langer geschikt is voor de uitoefening van de vertrouwensfunctie in de keuken, is de klacht ongegrond.