Ga verder naar de inhoud

KC06/23-0002

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - VERBODEN VOORWERPEN

Uit het RAD alsook het tuchtverslag valt niet af te leiden waaruit de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarvan bestaat. De celcontrole verliep zonder problemen en zonder bedreigingen. Het feit dat klager enige dagen voordien gedreigd heeft geen verband met de vondst van de schroevendraaier. Bovendien had klager het in de bedreiging van enige dagen daarvoor niet eens over een aanval met een schroevendraaier of enig wapen.
De inbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ slaat op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens.
Op de zitting werd door de directie verduidelijkt dat onder andere het feit dat de schroevendraaier verstopt was, deed blijken dat het zou kunnen gebruikt worden als wapen. Te meer omdat klager enige dagen daarvoor reeds gedreigd zou hebben een personeelslid over de reling te gooien.
De klachtencommissie ziet geen reden om een schroevendraaier verstopt in een thermos te zien als een wapen. Een schroevendraaier is ook niet bij wet verboden.
Het huishoudelijk reglement stelt dat ‘de voorwerpen die worden afgewend van hun normaal gebruik worden uit de cel verwijderd’ (pagina 9 van het Huishoudelijk Reglement).
De schroevendraaier die bewaard wordt in de thermos kan niet aanzien worden als normaal gebruik. Daarnaast is het onduidelijk of klager deze schroevendraaier überhaupt op zijn cel mocht hebben.
Klager stelt dat de schroevendraaier van zijn vorige celgenoot was en dat hij zijn thermos nooit gebruikt. Hij wist dus wel van het bestaan van de schroevendraaier.
Klager is verantwoordelijk voor zijn spullen die zich in de cel bevinden en wordt geacht te weten wat zich in zijn cel bevindt. Dit geldt ook voor de thermosfles, die na nazicht van klager bleek te zijn.
De klacht is gedeeltelijk gegrond.