ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
Klager wijst erop dat hij niet gehoord werd in het kader van zijn ontslag. De directie erkent dat zij klager niet gehoord heeft omtrent de feiten maar stelt dat het horen niet voorgeschreven is voor een ordemaatregel.
De klachtencommissie stelt dat de Basiswet inderdaad niet voorziet in een specifieke procedure voor
de afzetting van werk van een gedetineerde. Bij afwezigheid van een uitdrukkelijke wettelijke regeling inzake (een procedure tot ontslag van een gedetineerde), kan de directie echter op basis van het ongeschreven beginsel van behoorlijk bestuur van de hoorplicht alsnog verplicht zijn de gedetineerde te horen.
De ordemaatregel tot afzetting van werk is een zeer verregaande en ingrijpende maatregel voor de gedetineerde is waarbij de belangen van de gedetineerde sterk worden aangetast. De klachtencommissie volgt daarmee de rechtspraak van de Beroepscommissie. Daarnaast is het duidelijk dat de bestreden ontslagbeslissing het gevolg is van gedrag die volgens de directie door klager zou gesteld is, nl. het wederrechtelijk bezit van een gsm.
Bij het opleggen van de ordemaatregel heeft de directie de beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek de hoorplicht, niet gerespecteerd.
De klacht is gegrond.
Klager wijst erop dat hij niet gehoord werd in het kader van zijn ontslag. De directie erkent dat zij klager niet gehoord heeft omtrent de feiten maar stelt dat het horen niet voorgeschreven is voor een ordemaatregel.
De klachtencommissie stelt dat de Basiswet inderdaad niet voorziet in een specifieke procedure voor
de afzetting van werk van een gedetineerde. Bij afwezigheid van een uitdrukkelijke wettelijke regeling inzake (een procedure tot ontslag van een gedetineerde), kan de directie echter op basis van het ongeschreven beginsel van behoorlijk bestuur van de hoorplicht alsnog verplicht zijn de gedetineerde te horen.
De ordemaatregel tot afzetting van werk is een zeer verregaande en ingrijpende maatregel voor de gedetineerde is waarbij de belangen van de gedetineerde sterk worden aangetast. De klachtencommissie volgt daarmee de rechtspraak van de Beroepscommissie. Daarnaast is het duidelijk dat de bestreden ontslagbeslissing het gevolg is van gedrag die volgens de directie door klager zou gesteld is, nl. het wederrechtelijk bezit van een gsm.
Bij het opleggen van de ordemaatregel heeft de directie de beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek de hoorplicht, niet gerespecteerd.
De klacht is gegrond.