Ga verder naar de inhoud

KC06/22-0039

Fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - BIJSTAND ADVOCAAT - TOEREKENBAARHEID

Er werd op beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel niet aangekruist of er sprake was van ‘de opzettelijke aantasting van de interne veiligheid’ dan wel ‘collectieve acties die de veiligheid in de gevangenis in gevaar brengen’. De klachtencommissie kan uit de motivering niet afleiden welke situatie zich voordeed gezien de motivering bestaat uit een letterlijke overname van het rapport aan de directeur van dezelfde dag.
Daarnaast werd de voorlopige maatregel ook ondertekend door een personeelslid. De klachtencommissie stelt vast dat de voorlopige maatregel onder meer gebaseerd is op een situatie waarbij de directeur betrokken was (“…en zei tegen de directeur…”) doch werd ze door een beambte genomen en ondertekend. Aldus werd de instructie van DG EPI niet gevolgd.

De gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten lastegelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht.
Uit het dossier blijkt dat klager geïnterneerd is. De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.
De directie verwijst in haar motivering enkel naar het gedrag van klager zonder zich specifiek uit te spreken over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. De directie motiveert hierdoor niet waarom ze klager in het voorliggend dossier verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
De klachtencommissie is ook van oordeel dat in dit dossier de directie ook niet op adequate wijze de toestand van klager kon inschatten maar dit diende te gebeuren door een psychiater. De klachtencommissie volgt hiermee het standpunt zoals ingenomen door de Nederlandstalige Beroepscommissie in, verwijzend naar de rechtspraak van de Raad van State in deze materie.
In het dossier ten aanzien van klager ontbreekt dergelijke psychiatrische beoordeling.
Daarnaast stelt de klachtencommissie ook vast dat er een advocaat werd opgeroepen maar deze niet aanwezig was om bijstand te verlenen tijdens de tuchthoorzitting. Nochtans is de bijstand van een advocaat verplicht tijdens de tuchthoorzitting.

De klacht is gegrond.