Ga verder naar de inhoud

KC06/22-0023

Non fondée KC - Dendermonde Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

Klager erkende zowel op de tuchtzitting (“Ja ik heb dat gezegd. Ik heb hem gezegd dat ik hem zou gaan verklikken van het moment dat hij een stap verkeerd zet”) als tijdens de klachtenprocedure dat hij de andere gedetineerde iets toegeroepen heeft. Klager betwist dat hij met zijn woorden een bedreiging geuit zou hebben.
De klachtencommissie stelt dat er in deze zaak wel degelijk sprake is van een bedreiging. Los van de betekenis die klager aan zijn woorden geeft, is de uitspraak ‘ik zal u nog wel hebben, janet’ bedreigend. Zo heeft de opsteller van het rapport deze uitspraak als een fysieke bedreiging begrepen. Zonder enige context is het immers ook onmogelijk voor de toehoorders om te weten dat dit over het ‘verklikken’ gaat. Daarnaast zorgt ook de interpretatie van klager, zijnde het zullen klikken, voor een bedreiging van de psychische integriteit van de gedetineerde. Het zorgt ervoor dat de ontvanger van de bedreiging een constant gevoel van controle door klager ervaart. Wat zich ook zo uit gezien deze gedetineerde zijn cel niet meer uit durft. De tuchtinbreuken staan dan ook vast.
De directeur zal bij de straftoemeting steeds rekening houden met de individuele elementen die van toepassing zijn ten aanzien van de gedetineerde en dus ook het tuchtverleden. Klager kon voor deze tuchtinbreuken tot 30 dagen ATV krijgen. De gegeven voorwaardelijke tuchtsanctie is gelet op de ernst van de gepleegde feiten naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook volledig gerechtvaardigd.
De klacht is ongegrond.