KC05/26-0125
Non fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - TUCHT
De klacht gaat over een beslissing tot fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.
- De fouillering op het lichaam
Uit de samenlezing van artikel 108, §1 en §2 tweede lid van de Basiswet, volgt dat de directeur slechts kan beslissen tot fouillering op het lichaam indien er individuele aanwijzingen bestaan dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn.
De bestreden beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene kon niet zonder signaal door de MDP bij het terugkeren van de wandeling. Gelet betrokkene bij het vertrek naar de wandeling zonder problemen de MDP kon passeren. Gelet een fouillering op de kledij niet voldoende was om uit te sluiten dat betrokkene verboden en/of gevaarlijke voorwerpen bij zich had, gelet kleine verpakkingen.”
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in de bestreden beslissing voldoende heeft omschreven welke individuele aanwijzingen er bestonden die deden vermoeden dat de gedetineerde in het bezit kon zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie is eveneens van oordeel dat uit de omstandigheden blijkt waarom een fouillering aan de kledij onvoldoende zou zijn om de voorwerpen of substanties te vinden. De motivering is voldoende en stelt klager in staat om te begrijpen op welke juridische en feitelijke gegevens de beslissing tot fouillering op het lichaam werd gegrond.
De klachtencommissie stelt voorts vast dat fouillering door een directeur werd bevolen en de beslissing door een directeur werd ondertekend.
De klacht is ongegrond.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt gesanctioneerd met 30 dagen ATV wegens ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
De directie kwam tot deze beslissing op basis van het RAD en hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager gaf het bezit van de middelen toe. De directie kon klager dan ook schuldig bevinden aan ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ voor wat betreft het bezit van de hasj.
De klachtencommissie merkt op dat de directie het bezit van het pilletje Lyrica, een medicijn, in de motivering van haar tuchtbeslissing correct kwalificeert als ‘het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ , een tuchtinbreuk van de tweede categorie, maar dit niet aankruist als tuchtrechtelijke inbreuk. Deze materiële vergissing heeft echter geen invloed op de beslissing, aangezien er alsnog sprake was van het bezit van een door of krachtens de wet verboden substantie, nl. hasj.
Klager wordt gesanctioneerd met de maximale sanctie van 30 dagen ATV. Dit is, gelet op de inbreuk van de eerste categorie, wettig. De tuchtsanctie is volgens de klachtencommissie ook niet onredelijk of onbillijk, gelet op de ernst van de inbreuk.
De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over een beslissing tot fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.
- De fouillering op het lichaam
Uit de samenlezing van artikel 108, §1 en §2 tweede lid van de Basiswet, volgt dat de directeur slechts kan beslissen tot fouillering op het lichaam indien er individuele aanwijzingen bestaan dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn.
De bestreden beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene kon niet zonder signaal door de MDP bij het terugkeren van de wandeling. Gelet betrokkene bij het vertrek naar de wandeling zonder problemen de MDP kon passeren. Gelet een fouillering op de kledij niet voldoende was om uit te sluiten dat betrokkene verboden en/of gevaarlijke voorwerpen bij zich had, gelet kleine verpakkingen.”
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in de bestreden beslissing voldoende heeft omschreven welke individuele aanwijzingen er bestonden die deden vermoeden dat de gedetineerde in het bezit kon zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De klachtencommissie is eveneens van oordeel dat uit de omstandigheden blijkt waarom een fouillering aan de kledij onvoldoende zou zijn om de voorwerpen of substanties te vinden. De motivering is voldoende en stelt klager in staat om te begrijpen op welke juridische en feitelijke gegevens de beslissing tot fouillering op het lichaam werd gegrond.
De klachtencommissie stelt voorts vast dat fouillering door een directeur werd bevolen en de beslissing door een directeur werd ondertekend.
De klacht is ongegrond.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt gesanctioneerd met 30 dagen ATV wegens ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.
De directie kwam tot deze beslissing op basis van het RAD en hetgeen klager verklaarde tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager gaf het bezit van de middelen toe. De directie kon klager dan ook schuldig bevinden aan ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ voor wat betreft het bezit van de hasj.
De klachtencommissie merkt op dat de directie het bezit van het pilletje Lyrica, een medicijn, in de motivering van haar tuchtbeslissing correct kwalificeert als ‘het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ , een tuchtinbreuk van de tweede categorie, maar dit niet aankruist als tuchtrechtelijke inbreuk. Deze materiële vergissing heeft echter geen invloed op de beslissing, aangezien er alsnog sprake was van het bezit van een door of krachtens de wet verboden substantie, nl. hasj.
Klager wordt gesanctioneerd met de maximale sanctie van 30 dagen ATV. Dit is, gelet op de inbreuk van de eerste categorie, wettig. De tuchtsanctie is volgens de klachtencommissie ook niet onredelijk of onbillijk, gelet op de ernst van de inbreuk.
De klacht is ongegrond.