KC05/26-0063
Non fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
MEDISCH
De klacht gaat over de beslissing waarbij klager na weigering van een tbc-test in een isolatieregime werd geplaatst in de gevangenis van Brugge.
De directie betwist de ontvankelijkheid van de klacht van klager, aangezien de isolatie na weigering van een tbc-test een medische beslissing zou zijn, waarin zij niet tussenkomt. De klachtencommissie verwijst naar haar uitspraak in dossier KC05/23-0141, waarin na een uitgebreide analyse werd beslist dat het de directie is die formeel gezien de beslissing tot isolatie neemt of toch moet nemen en het in ieder geval minstens een beslissing namens de directie betreft. De klachtencommissie ziet geen reden om hiervan in huidig dossier af te wijken.
Uit het samengaan van Collectieve Brief nr. 95 met Richtlijnen BNWBT blijkt duidelijk de bedoeling om een gedetineerde, in het geval van een weigering van een tbc-screening, vooreerst uit te nodigen voor een onderhoud, o.a. om de redenen van zijn weigering te bespreken en het belang van dergelijk onderzoek duidelijk te maken. Deze taak komt toe aan de tbc-coördinator. Pas na een blijvende weigering kan de gedetineerde eventueel door de gevangenisarts als besmettelijk worden beschouwd en vervolgens door de directie in isolatie worden geplaatst.
Klager schrijft in zijn klacht dat hij al langer dan een maand geïsoleerd is. Op basis van deze informatie concludeert de klachtencommissie dat er sprake is van een blijvende weigering die de beslissing om klager in isolatie te plaatsen, verantwoordt.
Gelet hierop, acht de klachtencommissie het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat klager in isolatie werd geplaatst wegens het weigeren van de tbc-test.
De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over de beslissing waarbij klager na weigering van een tbc-test in een isolatieregime werd geplaatst in de gevangenis van Brugge.
De directie betwist de ontvankelijkheid van de klacht van klager, aangezien de isolatie na weigering van een tbc-test een medische beslissing zou zijn, waarin zij niet tussenkomt. De klachtencommissie verwijst naar haar uitspraak in dossier KC05/23-0141, waarin na een uitgebreide analyse werd beslist dat het de directie is die formeel gezien de beslissing tot isolatie neemt of toch moet nemen en het in ieder geval minstens een beslissing namens de directie betreft. De klachtencommissie ziet geen reden om hiervan in huidig dossier af te wijken.
Uit het samengaan van Collectieve Brief nr. 95 met Richtlijnen BNWBT blijkt duidelijk de bedoeling om een gedetineerde, in het geval van een weigering van een tbc-screening, vooreerst uit te nodigen voor een onderhoud, o.a. om de redenen van zijn weigering te bespreken en het belang van dergelijk onderzoek duidelijk te maken. Deze taak komt toe aan de tbc-coördinator. Pas na een blijvende weigering kan de gedetineerde eventueel door de gevangenisarts als besmettelijk worden beschouwd en vervolgens door de directie in isolatie worden geplaatst.
Klager schrijft in zijn klacht dat hij al langer dan een maand geïsoleerd is. Op basis van deze informatie concludeert de klachtencommissie dat er sprake is van een blijvende weigering die de beslissing om klager in isolatie te plaatsen, verantwoordt.
Gelet hierop, acht de klachtencommissie het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat klager in isolatie werd geplaatst wegens het weigeren van de tbc-test.
De klacht is ongegrond.