Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0322

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - BEZOEK

Op 31 oktober 2025 werd een ordemaatregel glasbezoek genomen t.a.v. klager. De directie besliste dat klager gedurende 45 dagen geen gemeenschappelijk tafelbezoek mag ontvangen, maar dat enkel tafelbezoek toegestaan is.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de schriftelijke ordemaatregel. De klachtencommissie stelt vast dat deze werd opgelegd ingevolge twee meldingsverslagen en een rapport aan de directeur over feiten van dezelfde aard, nl. het stellen van verdachte handelingen waarbij zaken zichtbaar worden weggestopt. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van deze informatie over voldoende elementen beschikte om te besluiten dat er een gevaar bestond voor de orde en de veiligheid wat het opleggen van een ordemaatregel glasbezoek kon verantwoorden.

De klachtencommissie stelt vast dat klager niet gehoord werd voorafgaand aan het nemen van deze ordemaatregel. Hoewel het hoorrecht niet expliciet wordt opgenomen in de Basiswet, kan men toch verplicht zijn om te horen op basis van de beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad van State stelt hiervoor de volgende voorwaarden:

- Het moet gaan om een ernstige maatregel die van aard is om de belangen van de bestuurde zwaar aan te tasten;
- De maatregel moet gegrond zijn op een gegeven dat de bestuurde als een tekortkoming wordt aangerekend, m.a.w. gegrond zijn op zijn persoonlijk gedrag;
- Er is geen sprake van een urgente gevaarsituatie en;
- Het horen moet nog nuttig zijn, zodat dit de te nemen beslissing nog kan beïnvloeden.

De klachtencommissie meent dat bovengenoemde voorwaarden niet vervuld zijn. Ten eerste komt de maatregel op de klachtencommissie niet over als een ernstige maatregel die van aard is om de belangen van de bestuurde zwaar aan te tasten: er wordt klager niet het recht ontzegd om bezoek te ontvangen, dit recht wordt slechts beperkt tot bezoek achter glas. De klachtencommissie meent bovendien dat ook de laatste voorwaarde niet vervuld is: klager werd reeds gehoord na de tweede melding, waarbij hij de kans kreeg om duidelijkheid te geven over de gedragingen die hij stelde – gedragingen die hij ook op een eerder tijdstip stelde en op een later tijdstip zou stellen. Gelet hierop en op de duidelijke verslagen en het duidelijk rapport, is de klachtencommissie van oordeel dat het horen voorafgaand aan de beslissing geen verschil meer zou maken en de beslissing niet meer zou beïnvloeden.

De klachtencommissie wenst er ten slotte op te wijzen dat het feit dat tijdens de fouillering op het lichaam niets gevonden werd, niet belet dat de directie geen rekening kon houden met de vaststellingen. Verschillende beambten hebben op verschillende momenten immers waargenomen hoe klager tijdens zijn bezoeken gedragingen stelden die door hen als verdacht werden aanzien. Dit werd in de verslagen en in het rapport steeds gedetailleerd beschreven.

De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en de Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel en de duurtijd ervan, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen, maar laat anderzijds wel toe dat klager zijn bezoek wel nog kan zien.

De klacht is om deze reden ongegrond.