Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0139

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL

De klacht is gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel die door de directie aan klager werd opgelegd.

De directie verwees in haar beslissing naar klager zijn verontrustend, onvoorspelbaar gedrag en zijn paranoia, waaruit een gevaar bleek hij zichzelf iets zou kunnen aandoen. De directie was van oordeel dat het voor het waarborgen van klager zijn eigen veiligheid noodzakelijk was dat klager een tijdje gemonitord werd in een meer gecontroleerde omgeving.

De klachtencommissie acht de inschatting dat het gedrag van klager een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid uitmaakte terecht. Ze bleek voornamelijk ingegeven te zijn door een bezorgdheid ten aanzien van klager en de nood om zijn gedrag van dichtbij te kunnen controleren. De klachtencommissie houdt ook rekening met het feit dat klager achteraf zelf toegegeven heeft dat hij paranoïde was geworden door bepaalde drugs die hij had ingenomen en dat hij de beslissing van de directie ondertussen begrijpt. De soort BVM die genomen werd, met name de plaatsing in een veiligheidscel en het ontnemen van scherpe of gevaarlijke voorwerpen, was eveneens evenredig aan de concrete bedreiging die waargenomen werd bij klager.

De klachtencommissie is bijgevolg van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een BVM niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk is.

De klacht is ongegrond.