Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0128

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire Mesure d'ordre
TUCHT - ONTSLAG - REGIMEMUTATIE
De klacht is ten eerste gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager werd gesanctioneerd voor het bezit van verboden substanties. Klager stelt dat hij deze vond op de wandeling en van plan was om deze weg te gooien. De klachtencommissie treedt de directie bij wanneer zij in haar verweer stelt dat de uitleg van klager ongeloofwaardig is en dat klager wel degelijk geprobeerd heeft om de verboden substantie te verbergen. De feiten zijn bewezen en werden afdoende gemotiveerd in de tuchtbeslissing. De sanctie is niet onredelijk of onbillijk, gelet op de feiten en ondanks het beperkte tuchtverleden van klager. De klacht is niet gegrond.

De klacht is ten tweede gericht tegen het ontslag van klager naar aanleiding van deze vondst. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de ordemaatregel tot afzetting van werk duidelijk maakt waarom klager naar aanleiding van de vondst van de verboden substantie niet langer kon werken in zijn vertrouwensfunctie bij het medisch centrum. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een verdoken tuchtsanctie. De klacht is niet gegrond.

De klacht is ten derde gericht tegen de mutatie naar een gesloten sectie naar aanleiding van deze vondst. De klachtencommissie is van oordeel dat deze motivering van de ordemaatregel tot regimemutatie duidelijk maakt waarom klager naar aanleiding van de vondst van de verboden substantie gemuteerd werd naar een gesloten sectie. Er is volgens de klachtencommissie geen sprake van een verdoken tuchtsanctie. De klacht is niet gegrond.