KC05/25-0093
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Autre décision directeur
BEZOEK - MOTIVERING
De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis van Brugge om een achtenswaardig belang aan te tonen in het kader van klagers bezoekaanvraag.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie het bezoek van klager, op het moment van het indienen van de klacht, niet geweigerd heeft. Er is in deze zaak echter wel degelijk een beslissing genomen door de directeur, meer specifiek de beslissing tot het opvragen van verdere informatie over het achtenswaardig belang van de bezoeker van klager.
De klachtencommissie merkt op dat op het formulier van de bezoekaanvraag onder de titel ‘Beslissing van de Directeur’ drie hokjes worden voorzien die kunnen worden aangevinkt, met name ‘toegestaan’, ‘achtenswaardig belang aantonen’ en ‘niet toegestaan’. Zodoende wordt nogmaals bevestigd dat het opvragen van meer informatie over het achtenswaardig belang wel degelijk een (beklagwaardige) beslissing van de directeur is.
De klacht moet worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Een klacht die werd ingediend na afloop van deze termijn is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlang kon worden. De klacht dateert van 18 maart 2025 en bestreden beslissing dateert van 26 februari 2025. De klachtencommissie merkt op dat op de beslissing niet werd genoteerd wanneer klager hiervan kennis heeft gekregen. Hierdoor is de termijn van zeven dagen niet beginnen lopen en werd de klacht niet laattijdig ingediend.
Voor het overige werd de klacht op de vereiste wijze ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is dus ontvankelijk.
Op het formulier van de bezoekaanvraag heeft klager onder het punt ‘relatie tot de bezoeker’ op 20 februari 2025 geschreven: “vriend”. Op 26 februari 2025 werd door de directie op deze aanvraag geantwoord, via het aankruisen van het daarvoor voorziene hokje, dat klager een achtenswaardig belang moest aantonen. De witruimte onder “motivatie” werd niet door haar ingevuld.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar beslissing op geen enkele manier verduidelijkt waarom klager een achtenswaardig belang moet aantonen. De beslissing beantwoordt daarom niet aan de motiveringsverplichting voorzien in artikel 8 van de Basiswet, nl. de verplichting dat de directie de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende moet motiveren in de beslissing. Op basis van deze motivering, moet de gedetineerde kunnen begrijpen wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Dergelijke motivering ontbreekt in dit geval. Uit de klacht in voorliggend dossier is het bovendien duidelijk dat klager de beslissing van de directie door het ontbreken van een motivering, niet begrijpt.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis van Brugge om een achtenswaardig belang aan te tonen in het kader van klagers bezoekaanvraag.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie het bezoek van klager, op het moment van het indienen van de klacht, niet geweigerd heeft. Er is in deze zaak echter wel degelijk een beslissing genomen door de directeur, meer specifiek de beslissing tot het opvragen van verdere informatie over het achtenswaardig belang van de bezoeker van klager.
De klachtencommissie merkt op dat op het formulier van de bezoekaanvraag onder de titel ‘Beslissing van de Directeur’ drie hokjes worden voorzien die kunnen worden aangevinkt, met name ‘toegestaan’, ‘achtenswaardig belang aantonen’ en ‘niet toegestaan’. Zodoende wordt nogmaals bevestigd dat het opvragen van meer informatie over het achtenswaardig belang wel degelijk een (beklagwaardige) beslissing van de directeur is.
De klacht moet worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Een klacht die werd ingediend na afloop van deze termijn is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlang kon worden. De klacht dateert van 18 maart 2025 en bestreden beslissing dateert van 26 februari 2025. De klachtencommissie merkt op dat op de beslissing niet werd genoteerd wanneer klager hiervan kennis heeft gekregen. Hierdoor is de termijn van zeven dagen niet beginnen lopen en werd de klacht niet laattijdig ingediend.
Voor het overige werd de klacht op de vereiste wijze ingediend voor de bevoegde klachtencommissie. De klacht is dus ontvankelijk.
Op het formulier van de bezoekaanvraag heeft klager onder het punt ‘relatie tot de bezoeker’ op 20 februari 2025 geschreven: “vriend”. Op 26 februari 2025 werd door de directie op deze aanvraag geantwoord, via het aankruisen van het daarvoor voorziene hokje, dat klager een achtenswaardig belang moest aantonen. De witruimte onder “motivatie” werd niet door haar ingevuld.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie in haar beslissing op geen enkele manier verduidelijkt waarom klager een achtenswaardig belang moet aantonen. De beslissing beantwoordt daarom niet aan de motiveringsverplichting voorzien in artikel 8 van de Basiswet, nl. de verplichting dat de directie de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende moet motiveren in de beslissing. Op basis van deze motivering, moet de gedetineerde kunnen begrijpen wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Dergelijke motivering ontbreekt in dit geval. Uit de klacht in voorliggend dossier is het bovendien duidelijk dat klager de beslissing van de directie door het ontbreken van een motivering, niet begrijpt.
Om deze reden is de klacht gegrond.