Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0024

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEÏNTERNEERDE

De klachtencommissie kan haar onderzoek enkel baseren op de fouillebeslissing. De motivering van de beslissing is voldoende nauwkeurig en gedetailleerd. De klachtencommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan de vaststelling van de beambten. Op basis van deze gedragingen was een fouille aan het lichaam terecht.
De klacht gericht tegen de fouillebeslissing is ongegrond.

In voorliggende zaak besloot de directie een voorlopige maatregel op te leggen op basis van de ernstige en opzettelijk aantasting van de interne veiligheid en bestaande uit het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte. De beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht het terecht dat de directie in deze situatie een voorlopige maatregel bestaande uit verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte oplegde.
De klacht gericht tegen beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel is ongegrond.

Het tuchtregime uit de Basiswet is ook van toepassing op geïnterneerden, gelet op het uitblijven van een specifieke regelgeving van hun interne rechtspositie. De daden die gedetineerden stellen tijdens de uitvoering van hun internering, zoals daden die een tuchtinbreuk kunnen uitmaken, zijn evenwel niet zomaar toerekenbaar aan de geïnterneerde. De verantwoordelijkheid voor de feiten, die voor het opleggen van een tuchtsanctie vereist is, ontbreekt mogelijks bij de geïnterneerde.
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. In haar motivering verduidelijkt de directie niet waaruit zij precies de toerekenbaarheid afleidt. Dat klager nadien alles in een coherent verhaal kan gieten, zegt niet noodzakelijk iets over klager zijn geestestoestand op het moment van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.