Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0339

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur
BEZOEK - ONGESTOORD BEZOEK

De klacht gaat over de beslissing van 11 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij een aanvraag voor ongestoord bezoek van klager werd geweigerd.

De gewenste bezoekster werd door klager pas opgegeven als partner nadat hij opnieuw was opgesloten. Dit blijkt zodoende een bezoekster te zijn zoals bedoeld in artikel 59, § 2 Basiswet. Dat de directie op 11 oktober 2024 het bezoek van klager voor ongestoord bezoek met deze persoon heeft geweigerd op basis van het feit dat er nog geen duurzame relatie van minstens zes maanden bestond, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De directie heeft als startdatum van de relatie 20 juni 2024 genomen, op basis van de belhistoriek van klager. Uit het verweer blijkt dat de directie een aanvraag tot ongestoord bezoek met een (andere) partner over het hoofd heeft gezien, doch blijft bij haar eerdere beslissing. Op 11 oktober 2024 was er volgens de directie in ieder geval nog niet aangetoond dat klager inmiddels een duurzame relatie van zes maanden had met de gewenste bezoekster. Dit is wettig, redelijk en billijk.

Ten slotte wijst de klachtencommissie erop dat de termijn van drie maanden die door klager wordt aangehaald in zijn klachtenformulier inderdaad, zoals de directie heeft aangegeven in haar verweer, een termijn betreft in het kader van binnenhuisbezoek en niet in het kader van het aanvragen van een ongestoord bezoek met een partner van buiten de gevangenis. De klacht is niet gegrond. De bestreden beslissing van 11 oktober 2024 blijft bestaan.