Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0302

Non fondée Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL – MOTIVERING – TUCHT

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel tot een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte. Deze werd als volgt gemotiveerd: “Verboden bolletjes en zelfgebrouwen drank”. De klachtencommissie vindt de bestreden voorlopige maatregel onvoldoende gemotiveerd. In de bestreden beslissing wordt op geen enkele manier verduidelijkt of geconcretiseerd waarom de vermelde feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid zouden uitmaken. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht gaat over de tuchtsanctie van veertien dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. De directie achtte klager schuldig aan het brouwen van alcoholische drank. Klager stelt dat de directie niet heeft aangetoond dat hij bij de feiten betrokken was. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt verduidelijkt dat niemand van de celgenoten de verantwoordelijkheid voor het alcoholische brouwsel op zich had genomen, maar het wel vaststond dat dit brouwsel aanwezig was in de cel. Klager heeft gezegd dat hij en zijn celgenoten hebben overlegd. De klachtencommissie wijst erop dat klager op de tuchtzitting heeft toegegeven dat er een gecoördineerde actie van alle celgenoten was om te zwijgen over aan wie de alcoholhoudende drank toebehoorde. Dat de directie hieruit heeft afgeleid dat (ook) klager individueel schuldig was aan de ten laste gelegde tuchtinbreuk en zij hem hiervoor sanctioneerde, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.