Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0225

Fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - KWALIFICATIE INBREUK

Er werd een pingpongbal gevonden op de cel van klager. Naar aanleiding daarvan werd klager schuldig bevonden aan een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, meer bepaald “de wederrechtelijke ontvreemding van goederen”, terwijl volgens de klachtencommissie niet bewezen is dat klager de pingpongbal ontvreemde. De directie baseert zich op veronderstellingen en verschuift de bewijslast naar klager. De tuchtbeslissing is dan ook onwettig en dient vernietigd te worden.

De directie kon klager op basis van de vondst van een niet-toegelaten voorwerp op cel hoogstens schuldig bevinden aan een inbreuk van de tweede categorie, meer bepaald het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Gezien de directie een verbod op gemeenschappelijke wandeling oplegde van 10 dagen in de veronderstelling dat zij deze sanctie voor maximum 30 dagen aan klager kon opleggen, blijkt dat de directie heeft gekozen voor 1/3e van de maximumsanctie. In verhouding tot een maximumsanctie van 15 dagen bij een tuchtinbreuk van de tweede categorie, bedraagt 1/3e daarvan 5 dagen.
De klachtencommissie bepaalt dan ook dat haar uitspraak in de plaats komt van de bestreden tuchtbeslissing.