Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0109

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
TUCHT – VOORLOPIGE MAATREGEL

Klager heeft drie klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van één week ATV (voorwaardelijk) wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en twee tuchtinbreuken van tweede categorie, zijnde enerzijds het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en anderzijds het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Klager stoort zich aan het feit dat hij zijn badge zichtbaar draagt, maar hij verplicht wordt deze rond zijn hals te dragen, terwijl dit nergens in het huishoudelijk reglement wordt vermeld. Dat de badge rond de hals moet worden gedragen, is voor de klachtencommissie echter een evidentie. De identificatiebadge hangt immers standaard aan een koord/lint, waaruit zeer duidelijk kan worden afgeleid dat het de bedoeling is dat de badge rond de hals wordt gedragen. Uit een RAD blijkt bovendien dat de beambten klager er eerst nog op attent probeerden maken dat het de bedoeling is dat de identificatiebadge rond de hals moet worden gedragen. Indien klager hiermee niet akkoord ging, stond het hem vrij om hierover in gesprek met de directie te gaan of dit op een andere – normale – wijze te bespreken met een personeelslid. Uit het RAD blijkt dat klager echter onmiddellijk agressief werd. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Klager stelt dat de beslissing hem pas enkele uren na het in werking treden ervan werd bezorgd en dat dit niet kan. De klachtencommissie wijst erop dat het in werking treden van een voorlopige maatregel en het bezorgen van een schriftelijke kopie van de beslissing aan klager twee te onderscheiden zaken betreft. Het overhandigen van de – gemotiveerde – beslissing dient niet noodzakelijk samen te vallen met of zeer kort te volgen op het nemen van de beslissing. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De derde klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van twee weken ATV wegens twee tuchtinbreuken van eerste categorie, zijnde enerzijds de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en anderzijds de opzettelijke aantasting van de orde. Er werden ook twee tuchtinbreuken van tweede categorie aangekruist, zijnde enerzijds het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden en anderzijds het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. Klager werpt verschillende elementen op waarom hij het oneens is met deze tuchtbeslissing. Geen enkele van deze elementen brengt volgens de klachtencommissie echter de onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid van de tuchtbeslissing met zich mee. De derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.