KC05/24-0055
Non fondée
Fondée
KC - Brugge
Commission des plaintes
Disciplinaire
Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM – TUCHT – KWALIFICATIE INBREUK
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen de uitvoering van een beslissing tot fouillering op het lichaam van klager. Klager diende hiertegen klacht in omdat hij op een bepaald moment zijn handdoek moest wegdoen. De klachtencommissie wijst erop dat het eigen is aan de uitvoering van een fouillering op het lichaam dat op een gegeven moment wordt gevraagd om de handdoek weg te nemen en aan de gedetineerde wordt gevraagd om volledig rond te draaien. Het loutere gegeven dat tijdens het uitvoeren van de fouillering op het lichaam aan klager werd gevraagd om zijn handdoek weg te nemen, is dus niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie onvoldoende heeft aangetoond waarom klager zich schuldig zou hebben gemaakt aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Zij wijst erop dat in de motivering van de tuchtbeslissing wordt vermeld dat klager de feiten toegeeft. Klager heeft echter enkel toegegeven dat hij in het bezit was van een bepaald voorwerp, maar dat dit parfum betrof. Hij heeft niet toegegeven in het bezit geweest te zijn van een door de wet verboden substantie. Het komt aan de directie toe om aan te tonen op basis van welke specifieke elementen zij klager schuldig acht aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, gelet op de concrete omstandigheden eigen aan een specifiek dossier. Uit het verweer van de directie blijkt bovendien dat zij zelf twijfelde aan de aard van de substantie. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en stelt haar eigen beslissing in de plaats, waarbij de tuchtbeslissing wordt geherkwalificeerd naar een tuchtinbreuk van tweede categorie.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen de uitvoering van een beslissing tot fouillering op het lichaam van klager. Klager diende hiertegen klacht in omdat hij op een bepaald moment zijn handdoek moest wegdoen. De klachtencommissie wijst erop dat het eigen is aan de uitvoering van een fouillering op het lichaam dat op een gegeven moment wordt gevraagd om de handdoek weg te nemen en aan de gedetineerde wordt gevraagd om volledig rond te draaien. Het loutere gegeven dat tijdens het uitvoeren van de fouillering op het lichaam aan klager werd gevraagd om zijn handdoek weg te nemen, is dus niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie onvoldoende heeft aangetoond waarom klager zich schuldig zou hebben gemaakt aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Zij wijst erop dat in de motivering van de tuchtbeslissing wordt vermeld dat klager de feiten toegeeft. Klager heeft echter enkel toegegeven dat hij in het bezit was van een bepaald voorwerp, maar dat dit parfum betrof. Hij heeft niet toegegeven in het bezit geweest te zijn van een door de wet verboden substantie. Het komt aan de directie toe om aan te tonen op basis van welke specifieke elementen zij klager schuldig acht aan het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, gelet op de concrete omstandigheden eigen aan een specifiek dossier. Uit het verweer van de directie blijkt bovendien dat zij zelf twijfelde aan de aard van de substantie. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en stelt haar eigen beslissing in de plaats, waarbij de tuchtbeslissing wordt geherkwalificeerd naar een tuchtinbreuk van tweede categorie.