Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0283

Fondée Compensation KC - Brugge Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM – MAATREGELEN VAN RECHTSTREEKSE DWANG – TUCHT – MOTIVERING – TEGEMOETKOMING

Klager heeft drie klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een fouillering op zijn lichaam. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene werd geplaatst in de SC. Om er zeker van te zijn dat hij niets verboden bij zich had”. Het is niet toegelaten om een fouillering op het lichaam te bevelen louter omwille van de plaatsing van een gedetineerde in een beveiligde cel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde in kwestie daartoe aanleiding geeft. Een standaardmotivering zonder individuele aanwijzingen volstaat niet. In de bestreden beslissing is de plaatsing op de beveiligde cel de enige reden die wordt vermeld om de fouillering te rechtvaardigen. De vermelding ‘om er zeker van te zijn dat hij niets verboden bij zich had’ is bovendien een dermate algemene en vage formulering dat deze geen enkele inhoudelijke meerwaarde biedt bij het motiveren welke individuele aanwijzingen er in het specifieke geval van klager bestonden. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen de uitvoering van een beslissing tot plaatsing van klager in de beveiligde cel, waarbij ook dwang ten aanzien van klager werd gebruikt. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de door klager aangevoerde feiten niet op aannemelijke wijze heeft weerlegd. Zo stelt klager dat er handboeien verkeerd werden aangebracht en hierdoor zijn duim gewond raakte, alsook dat zijn handen op zijn rug geboeid werden met stoffen linten. Aan de ene kant geeft klager, zowel in zijn klachtenformulier als ook later op de zitting van de klachtencommissie, een gedetailleerde omschrijving van wat er precies met hem gebeurd is. Aan de andere kant beperkt het verweer van de directie zich tot de mededeling dat klager volgens de aangeleerde technieken onder controle werd gehouden en volgens de aangeleerde technieken werd gehandboeid. De directie heeft in dit kader echter geen enkel document aan de klachtencommissie bezorgd, zoals bijvoorbeeld een kopie van het register van het gebruik van de maatregelen van rechtstreekse dwang. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie kent voor wat betreft de eerste klacht en de tweede klacht samen een tegemoetkoming toe van een belkrediet van € 10,00.

De derde klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van 3 weken ATV en dit wegens vijf inbreuken van eerste categorie en twee tuchtinbreuken van tweede categorie. De klachtencommissie acht de beslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk voor wat betreft vier tuchtinbreuken van eerste categorie en één tuchtinbreuk van tweede categorie. Wat betreft één tuchtinbreuk van eerste categorie en één tuchtinbreuk van tweede categorie is de klachtencommissie echter van oordeel dat de directie klager niet zomaar schuldig kon achten aan deze inbreuken. In ieder geval wordt in de motivering nergens vermeld waarom de directie klager schuldig achtte aan deze tuchtinbreuken. De klachtencommissie vindt de derde klacht om die reden ontvankelijk en gegrond. Zij stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing.