Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0272

Non fondée KC - Brugge Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT – BEWIJS – BIJSTAND ADVOCAAT

De klacht is gericht tegen een bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband, meer specifiek een verbod om deel te nemen aan de gemeenschappelijke wandeling gedurende één week en dit wegens twee tuchtinbreuken van tweede categorie, zijnde het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen enerzijds en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel anderzijds. Het RAD dat ten aanzien van klager werd opgesteld, is naar het oordeel van de klachtencommissie uitgebreid, gedetailleerd en nauwkeurig. Uit dit RAD blijkt duidelijk welke handelingen klager heeft gesteld, hoe de situatie zich heeft ontwikkeld en in welke context de feiten zich precies hebben afgespeeld. Daartegenover staat de ontkenning van de feiten door klager. De klachtencommissie ziet geen enkel overtuigend element op basis waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan wat in het RAD werd opgenomen. Dat de directie de feiten dan ook bewezen achtte en klager hieraan schuldig achtte, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk.

Wat betreft vervolgens het aspect van de bijstand, wijst de klachtencommissie erop dat een gedetineerde in ieder geval het recht heeft om te worden bijgestaan door een advocaat tijdens een tuchtzitting. Of een gedetineerde al dan niet bijstand wenst, wordt bevraagd in de mededeling inzake de tuchtprocedure. Op de aan klager bezorgde mededeling werd aangekruist dat hij geen beroep wenste te doen op een advocaat. De klachtencommissie gaat er ook vanuit dat de handtekening onderaan het document deze van klager is. Dat de directie dan ook geen uitnodiging voor de tuchtprocedure heeft verstuurd naar de advocaat van klager is logisch, aangezien zij niet wist noch moest weten dat klager alsnog bijstand wenste. Dat klager zodoende geen bijstand heeft gehad van een advocaat tijdens de tuchtzitting is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.