TUCHT – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van een berisping en dit wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en één tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat er twijfel bestaat of klager daadwerkelijk schuldig is aan de door de directie aangekruiste tuchtinbreuken. Zij is er niet van overtuigd dat de directie, bij het bewezen verklaren van de feiten, is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en haar appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze heeft uitgeoefend. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van een berisping en dit wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en één tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat er twijfel bestaat of klager daadwerkelijk schuldig is aan de door de directie aangekruiste tuchtinbreuken. Zij is er niet van overtuigd dat de directie, bij het bewezen verklaren van de feiten, is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en haar appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze heeft uitgeoefend. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.